Advaita is


Advaita is een woord, niet meer en niet minder. Waar komt het vandaan ? Het wordt geboren als een gedachte, die in dit moment verschijnt in wat Ik Ben. Wat Ik Ben is precies de kleine scene die zich nu voordoet. Precies wat nu gehoord, gezien, geroken, aangeraakt en/of geproefd wordt is wat Ik Ben. Er is met andere woorden alleen wat Ik Ben. Er valt niets buiten. Er kan daarom ook niet heengegaan worden, want de beweging zélf is al wat Ik Ben. ‘Advaita’ is daarom geen woord dat losstaat van wat Ik Ben en een beschrijving geeft van wat die Ik Ben is, het is wat Ik Ben. Het woord is mijn eigen uitdrukkingswijze. Het woord is de vorm die Ik aanneem, op het moment dat het wordt uitgesproken.
Wanneer er denkactiviteiten plaatsvinden over de betekenis van het woord ‘advaita’ dan ontstaat er daardoor niet een werkelijkheid, een wereld waarover dat woord kond doet, er ontstaat helemaal niks. Er verschijnt gewoon een woord en nog een gedachte erover en misschien nóg een gedachte erover, maar dat is het dan. Er wordt niks anders geboren dan de scene die Ik Ben. Niets is niet wat Ik Ben. Elke scene is wat Ik Ben, hoe die scene er ook uitziet. Alles dat gezien en gehoord wordt, elk beeld en elke gedachte die verschijnt, verschijnt ín de ruimte die Ik Ben. Dus Ik Ben het onbeweeglijke dat er nooit niet is en daarin verschijnen en verdwijnen beelden die niet meer zijn dan letterlijk een verschijnsel en die hebben geen invloed op mijn zijn. Ze zijn niet apart van mij, ze zijn hoe Ik Ben en wat Ik Ben en dat 'hoe' en 'wat' is weer simpelweg de gedachtevorm die Ik nu aanneem.
Zit er dus een wereld achter het woord ‘advaita’, refereert het woord ergens aan, is er ook géén-advaita bv ? Drie vragen, drie maal ‘nee’ als antwoord. In wat Ik Ben is geen andere wereld dan die zich rechtstreeks toont. Dit ís het ! Het woord kan daarom naar niets anders verwijzen. Er is niets buiten dit wat Ik Ben, niks voorbij of achter mijn directe zijn. En nee, er is geen indirect zijn, evenmin als 'geen-advaita' als een soort van tegendeel. In wat Ik Ben zijn geen plaatsbepalingen zoals voor of achter. Wat Ik Ben is zonder plaats of locatie. En er is ook geen ruimte voor een ‘tweede’ van iets, of voor een tegendeel. Ik ken geen delen en geen tegendelen. Alles is één en direct. Alles is altijd hetzelfde open licht dat Ik in mijn onbeweeglijkheid Ben. Niets komt los van iets anders, niets kan hier onafhankelijk bestaan. Er bestaat in zekere zin ûberhaupt niks, hoewel je hoe Ik nu verschijn ook best wél iets mag noemen. Het gedachte of uitgesproken woord ‘niks’ of ‘iets’ is weer hoe Ik nu verschijn. Ontstaan van gedachten of beelden, of wat ook dat we kennen, is gelijk aan en gelijktijdig met het oplossen ervan. Iets, wat dan ook, lijkt even in Mijn ruimte aanwezig en is zonder woorden of ingrijpen ongemerkt ook weer vertrokken. Maakt het in deze vrije ruimte van stil open onbeweeglijk licht wat uit wat er komt en gaat ? Maakt het wat uit in welke gedaante Ik mezelf voor een splitsecond voordoe ? Nee, niets maakt wat uit, omdat niets onafhankelijk van Mij bestaat. Daarom ben Ik verliefd op alles wat Ik Ben. Nu op het woord ‘advaita’.

Foto's