Advaita is

Advaita is het spel dat het Leven speelt: soms doet het of er tweeheid en veelheid is, maar enkel om daarna te kunnen doen of er 'slechts' eenheid is.
Het Leven is het totaal en is daarom nooit óf eenheid, óf tweeheid óf veelheid. Omdat het altijd uitsluitend het totaal is, is het tegelijkertijd ook wél eenheid, tweeheid én veelheid. (Een serieuze hersenkraker, die rechtstreeks naar de ultieme stilte van het niet-weten leidt.)
Maar om dezelfde reden dat het Leven altijd het totaal is, is het heel, direct, gelijktijdig en onpersoonlijk. Thee drinken is dus het Leven in haar heelheid, er vindt nergens iets anders plaats en er staat niets en niemand lós van thee drinken. Er is dus geen 'ik' die thee drinkt, want 'ik die thee drink' is een en het zelfde, namelijk het Leven dat zich beeldend uitdrukt. Het is één gelijktijdige, ongescheiden beweging. 'Ik die thee drink' ís het leven.
Alles is wat het Leven is. Het Leven is luidruchtige, beweeglijke en kleurrijke verbeelding, bruisende borreling in een jas van stilte en onveranderlijkheid, zonder begin en eind en niet te vangen...
Niemand 'doet' thee drinken en het is niet een activiteit die zich érgens en op een zeker punt in de geschiedenis voordoet. Het Leven speelt 'ik drink thee' en dat speelt zich geheel af in dit moment, dat tijdloos is.
Thee drinken of in de file staan, een gesprek voeren of met zijn tweeën in het gras liggen is het Leven in haar geheel en bevat geen tijd, geen ruimte of afstand, geen persoon, geen onderdelen. Thee drinken, dansen en ruzie maken passen niet in een reeks van gebeurtenissen, zijn niet het gevolg van eerdere situaties en niet de aanzet voor iets anders. Het is het Leven dat leeft.
Alles is wat het Leven heeft, kan en doet. Het Leven is daarom zowel heel áls opgedeeld en versnipperd, zowel gelijktijdig áls verspreid en elkaar opvolgend, zowel onpersoonlijk áls van mij, voor mij, door mij. Alles is enkel Leven en dat speelt een, twee of veel te zijn, maar wanneer het haar spel speelt dan spéélt het slechts dat een, twee of veel een werkelijke wereld vormt.
En de vormen waarin het Leven zich in zijn spel uitdrukt zijn de vormen zoals wij die kennen: thee drinken, samen langs het strand lopen, een boek lezen, mensen verzorgen, technologische ontwikkelingen omzetten naar nieuwe producten, duizenden werkende mensen in een fabriekshal, vechten in een burgeroorlog.
Wanneer het Leven even genoeg heeft van alle drukte en zich tot zichzelf richt, dan herkent zij zichzelf en geniet zij van haar spel van eenheid, tweeheid en veelheid. Zij staakt haar verwikkeld zijn mét het spel en ziet haar eigen werkelijkheid. Zij geniet van een afstandje, zonder betrokkenheid, in totale stilte. Onbeweeglijk schouwt zij en heeft lief, wetend dat alles de schoonheid van het spel is. Haar eigen spel, het enige dat is. Het Leven wéét nu weer dat zij het totaal is, dat zij haar eigen spel speelt en alle spelers speelt, dat zij de doener en ervaarder is en alles heel, gelijktijdig en onpersoonlijk. Levendheid, levend Leven, kant en klare Liefde.

Foto's