Leen. 11 maart 2015.


Beste Jop,

Wanneer alles volgens plan verlopen is ben je nu weer thuis na een heerlijk verblijf in Andalusië. Ik kan je dus mijn reactie op jouw mail van 6 Maart in een documentje toesturen. Op de eerste plaats overigens mijn hartelijke dank voor je uitgebreid antwoord op mijn bericht van enkele dagen eerder. Om te laten zien of ik er iets van begrepen heb dan hierna mijn reactie.
“Dank je wel Leen voor je mooie reactie. En ja, het was heerlijk in Andalusië én het is ook heerlijk om weer thuis te zijn.”

Er is enkel maar LEVEN. Van alles wat gebeurt is LEVEN de ontwerper, uitvoerder en regisseur. Het LEVEN dat zelf geen analyseerbare eigenschappen heeft manifesteert zich door middel van door haar geschapen triljarden vormen in het tijd-ruimte domein. Geen enkele vorm, waaronder de menselijke, beschikt over autonomie.
Leen is dus LEVEN en geen afgescheiden zelfstandig individu.
“Kort antwoord:
Ja precies, leven is alles dat er is en heeft daaróm geen analyseerbare eigenschappen omdat er niks búiten Leven is dat het kan analyseren. De poging dat te doen ís zelf Leven.
Leven is álles en manifesteert zich dus feitelijk niet. Zij kan zichzelf niet losmaken van zichzelf. Er is dus geen tijd of ruimte. Zij kan zichzelf niet in een bepaalde vorm modelleren. Er zijn dus geen ‘vormen’ en dáárom geen autonomie. ‘Autonomie’ kan alleen bestaan in relatie tot iets anders. Aangezien er enkel Leven is, alles één en hetzelfde is, bestaan er geen relaties en geen onderdelen. Er is dus geen Leen ! Alles dat gekend wordt is een illusie.”

“Wat langer antwoord:
Inderdaad álles is Leven, álles dat zich voordoet ís Leven. Omgekeerd gezegd: niets is niét Leven. Niets heeft zich losgemaakt van Leven. Alles dat iets anders dan Leven lijkt te zijn, líjkt iets te zijn, maar ís toch Leven. Hier ontstaat vaak onduidelijkheid. Er líjkt nl. een gemanifesteerde wereld te zijn en dat lijkt zich af te spelen ín het domein van tijd en ruimte ! Maar dat is slechts schijn. Het is niet zo dat er wél vormen zijn, maar dat deze niet over autonomie beschikken, nee er zijn geen op zichzelf staande vormen ! Tijd, ruimte, plaats, afstand, duur, omvang, oorzaak, gevolg zijn niets anders dan geabstraheerde, mentale creaties, die Leven nodig heeft om zijn schijnbare spel van tweeheid te spelen.
Er zijn geen vormen die zich hebben losgemaakt van Leven en zich ervan onderscheiden, ánders dan áls een gedachte die precies op dit ene tijdloze moment in het spel van Leven verschijnt... en het woord ‘verschijnen’ komt van ‘schijnen’, wat wil zeggen dat het zich als een eigen schijnsel líjkt voor te doen. Als naar een gedachte gezocht wordt blíjkt deze daarom ook niet te vinden ! Geen gedachte, dus geen vorm.

Wanneer Leven dus zijn spel van tweeheid gaat spelen, wordt er een schijnbare wereld van vormen geschapen. Het spel is het ‘in het leven roepen’ van een schijnbare vaststaande, blijvende, gefixeerde wereld. ‘Gefixeerd’, want vastgezet op een te lokaliseren plaats en op een tijdlijn. Maar ik moét natuurlijk zeggen: schíjnbaar gefixeerd. Want in werkelijkheid is niets ooit langer bestaand, langer blijvend dan de tijdloze flits die een gedachte is.

Op dit moment lijkt er alleen maar een menselijke vorm te zijn die nu met vingers op een toetsenbord blauwe letters laat ontstaan op een oplichtend scherm ! In de actualiteit van dit moment echter ís er helemaal niet iemand. Niet-iemand, niemand doet iets met vingers op een toetsenbord. De actualiteit ís dit moment en het blijkt het enige te zijn dat er is… ook al spreken we van waar wij op vakantie zijn geweest en wat we volgende keer leuk vinden en wat niet. Leven vindt plaats ín dit moment, het ís de actualiteit. En in dit moment kan het denken en dus het schijnbare individu niet komen. Daarom wordt wat nu plaatsvindt niet benoemd en daarom wordt er geen individu en geen gebeurtenis geboren ! Daarom is dit moment wat je werkelijk bent en het enige dat IS, DIT !

Het denken trekt wat er is, DIT, uit elkaar in tweeën, en ziet een ‘ik’ plus een activiteit dóór die ‘ik’. In werkelijkheid is dat één en hetzelfde. Wat wij kennen lijkt daarom slechts te gebeuren, zolang DIT niet gezien wordt, zolang niet gezien wordt waarín deze bewegende vingers en letters en scherm zich voordoen, zolang wat zich in alle eenvoud in dit moment voordoet door het denken in bezit wordt genomen. De alomvattende leegte van DIT wordt over het hoofd gezien, evenals het voortdurende registreren en dat alles enkel bestaat als ik-gedachte.
Wordt DIT wat nu rechtstreeks is wél gezien, dwz zónder tussenkomst van denkactiviteit (die het spel moet spelen een sausje van benoemen te gieten over wat zich voordoet), dán is er simpelweg dit wat gebeurt: eenvoudigweg bruisende levendigheid, zónder dat zich iéts daaruit losmaakt om iets bepaalds te worden, zonder een onderscheidend object te worden !
Maar er is niet een ‘jij’ die DIT wél of niet kan (gaan) zien, omdat er uitsluitend Leven is, dwz omdat ‘jij’ al álles bent !

Vanuit DIT, deze simpele actuele aanwezigheid, is de discussie óf er een wereld is, of vingers op een toetsenbord of een menselijke vorm, totaal niet relevant.
In de afwezigheid van DIT daarentegen, is er een schijnbare op zichzelf staande menselijke vorm, met naam en eigenschappen, een levensgeschiedenis en onzekere toekomst en is DIT juist niet relevant (want het wordt niet opgemerkt door denkactiviteit en kan niet tot een losstaande ‘vorm’ worden gereduceerd) en het wél of niét bestaan van een ‘ik’ en een ‘échte wereld’ juist van het opperste belang… Dááruit komen ook deze vragen voort. Deze vragen en dit willen begrijpen kunnen uit het spel vallen…maar nooit als gevolg van een actie door jou. Want jij bent al volledig het Leven, jezelf tonend als elke gedachte, gevoel, sensatie van elk schijnbare organisme.

Er zijn dus geen werkelijke vormen en er is dus géén Leen… ánders dan áls gedachte… die nú opkomt en in ditzelfde tijdloze nú verdwenen is. Een ‘gedachte’ is het Leven dat in een flits van geen-tijd doet alsóf het een vorm aanneemt. Wat ik al eens eerder heb gezegd: als deze gedachte simpelweg als een druppel in een fontein direct terugvalt in haar eigen bron, dan is er géén vorm ontstaan, dan is er niets blijvends gemaakt. Geen gedachte en daarom geen wereld. Terwijl, wanneer Leven het spel van tweeheid wil spelen, dan laat het via die gedachte een hele schijnbare wereld ontstaan, met schijnbare vormen en een schijnbare Leen, die meent in een lichaam te wonen en gedachten te bezitten… en die meent met behulp ván die gedachten zijn eigen bron te gaan vinden…

Maar er is alleen DIT wat is: Leven, zoals dat nú hoorbaar, voelbaar, zichtbaar is vóór niemand en dóór niemand en daarín doet zich het spel van Leven voor: niet-bestaande vormpjes die doen alsóf zij wél bestaan en die al dan niet roepen dat zij zich hebben bevrijd van identificatie…
Maar Leven, Bewustzijn, Zijn en haar inhoud zijn niet twéé, zij zijn ondeelbaar en gelijktijdig één en hetzelfde. Dát is de ware betekenis van advaita: niet-tweeheid. Er is het voortdurend registreren dóór Leven van zichzelf, als elke verschijnende en direct verdwijnende uitdrukking. Als we met elkaar praten of als de denkstem spreekt, dan is er de wereld van veelheid, vól met losse vormen, waarvan het gevoel er als ‘ik’ te zijn het blijvende fundament lijkt te zijn. Dat alles hoeft niet ontkend te worden. Maar wanneer DIT gezien wordt, wanneer dit simpele moment het tijdgebonden ik-denken doet verschrompelen, dan wordt de wereld van tijd en losse vormen niet meer serieus genomen. Alles krijgt de simpele kleur van dít moment: mooi, lelijk, blij, angstig… als een soort energie en er blijkt niet een ‘iemand’ te zijn die dergelijke sensaties pakt of aan een lichaam plakt.”

Jammer voor Leen is dat het LEVEN de gedachte in zijn organisme heeft laten ontstaan dat hij wèl een afgescheiden zelfstandige persoon is. Hij beseft als gevolg hiervan niet meer dat hij LEVEN is. Het verloren gaan van dat besef is ook een daad van het LEVEN.
“Hier zit het denken aan het stuurwiel van het Leven… hier speelt Leven het spel van tweeheid en lijken er vaste vormen te bestaan: Leen als afgescheiden zelfstandig persoon, Leven, organisme, gedachte. Hier worden eigenschappen toegekend aan iets dat alleen als aanname bestaat, nl. Leen die dingen kan beseffen.
Dat is hoe het spel gespeeld wordt, daar is dus niks mis mee. Maar waar we hier naar willen verwijzen is wat er IS vooráfgaand aan het spel van het denken. Sta mij toe dat ik daarom nog even kritisch doorga… en ik ben jou en dat is Leven zelf !
Leen bezit niet een organisme en ín dat organisme ontstaat niet een gedachte. Léven neemt de vluchtige vorm aan van een organisme en deze krijgt de naam Leen. Elk organisme, zoals elke vorm, is feitelijk niét een losgemaakt ding, maar een gedachte, dus een niet-ding, niet te traceren, want zónder substantie… namelijk dezelfde transparantie als álle Leven.
Maar Leven kan via het fixerende denken doen alsóf er solide, substantie-bezittende objecten zijn. Dat is precies het spel ! Het is niet echt ! De spelmaker, de verhalenverteller, dat zogenaamde denken, is al niks anders dan een opvolging van gedachten… en blijkt niet als object te bestaan.
En tegelijkertijd hoeft het spel en alles wat daarin lijkt te gebeuren niet afgewezen of ontkend te worden. Weet alleen dat jij het Zien zélf bent, Leven, het gewaarzijn van het spel en niet de schijnbaar losse vormpjes. Jij bent wat ziet dat het schijnbare vormpje Leen nu een tekstje zit te lezen en dat er gedachten verschijnen.

Er is niet Leven plus Leen, er is enkel Leven. Er is niet een organisme waarin een gedachte ontstaat, beiden ‘bestaan’ enkel áls gedachte. Voor het denken zien het Leven en Leen, een organisme en een gedachte, eruit als twee, maar als DIT zich toont, wordt alles herkend als onschuldig springende gedachte-wervelingen, die niets afdoen of toevoegen áán wat Leven is. Leven is niet iets dat ‘mij’ overkomt, Leven is voor niemand, omdat er niets anders is dan Leven. Er is dus geen Leen, laat staan een Leen die iets beseft ! In de stille openheid van precies dit moment is er geen denken meer, geen verdwaald zijn in de droom van tijd en ruimte. In dit moment zijn er slechts de aanwezige geluiden, voorstellingen, gedachten, sensaties, zónder een losse kenner daarvan. Leven zelf is het kennen van zichzelf als alles. Nergens iemand te vinden die dat kan weten.”

Het LEVEN heeft in de persoon Leen de gedachte gevormd die hem laat weten dat hij slechts figurant is in het spel van het BESTAAN en het verlangen in hem laten ontstaan om tot het besef van de werkelijkheid te komen.
“Ja, zo kan het ervaren worden, maar Leven scheidt geen losse persoon af. Dat is een aanname, die niet onderzocht is. Er wordt dus ook geen kennis of gedachte ín die aanname gevormd. De persoon Leen en de gedachte die hij heeft zijn géén twee verschillende dingen. Zij gaan geen dans van oorzaak en gevolg met elkaar aan. Er is geen Leen die een figurant is en er is geen figurant die een verlangen heeft…
Er is niets blijvends: geen personen, situaties, kennis, gedachten. Er is niemand die iets weet of bezit. Dat is allemaal wederom het spel. Dat is hoe we het ín het spel kunnen verwoorden, dat lijken de wetmatigheden van het spel. In de actualiteit, in precies wat er nu is, kan geen van deze aannames voortbestaan. Er is nu enkel en alleen de levendigheid van wat zich voordoet: zitten op een stoel, ademhalen, bewegende vingers of kijkende ogen. Al de rest is als ongrijpbaar vervlogen. Geen enkele aanname kan zich staande houden. Nergens is iets onderscheidends te vinden: geen persoon, geen gedachte, geen figurant, geen feitelijk gegeven.
Er ís al uitsluitend Bestaan, Leven, Werkelijkheid en dat is wat jij bent, dat is de Ik Ben. Dat heeft niets met een persoon te maken. En het verlangen tot het besef van de werkelijkheid te komen is niet van iemand, het is Leven denkende, Leven die zich voor minder dan even als gedachte uitdrukt !”

Zo goed als LEVEN dat besef aan de figurant Leen ontnomen heeft is LEVEN ook de enige die het weer kan herstellen. Wanneer dat niet gebeurt tijdens de deelname aan het spel gebeurt het in ieder geval bij het overlijden van het modem Leen. Met het verdwijnen van het modem verdwijnt ook de identificatie ermee en is de oorspronkelijke situatie van voor de geboorte van het modem hersteld.
“Leven geeft niks en ontneemt niks. Er IS alleen Leven. Er valt dus ook niks te herstellen. Jij bent nooit van huis weggegaan. Er IS alleen maar thuiszijn en dat is dít moment. Dit wat nu is ís je thuis. Er is nooit wat gebeurt. Er is slechts het spel dat verhalen verteld dat er losse vormpjes zijn die mensen heten en die weggegaan zijn bij de bron en daar weer naar terug proberen te keren. Maar deze woorden en alle gedachten óver deze woorden zijn zélf de bron. Er is nooit iets verloren geraakt. Er is ook niks terug te vinden, maar het idee dat er wat te vinden is kan spontaan wegvallen. Dán is de droom van het spel met al zijn verhalen doorzien en blijkt er nooit iets losgekomen te zijn van de bron, van Leven…
Maar Leven is uit haar aard óók het idee of het gevoel dat er een ‘ik’ is en dat die nog tot een of ander besef moet komen. Het is allemaal zo onschuldig zodra een gedachte herkent wordt voor wat het is. Leven kan zichzelf op elk moment áls elke gedachte plus haar wereldscheppende inhoud herkennen, in elk schijnbaar personage in het spel. Uiteraard heeft dat niets te maken met wat dat schijnbare personage (die gedachte dus !) denkt, doet, voelt of laat ! Leven gaat zichzelf in zijn spel herkennen, niet een ‘ikje’ ! Leven gaat zien dat er nooit losse ‘ikjes’ hebben bestaan !
De oorspronkelijke situatie is nooit aangetast of gewijzigd. Die gedachte, die toevoeging is de illusie die het spel voort laat gaan, totdat het Leven zichzelf in DIT en elk moment herkend. Gewoon in wat er nú al is, niks magisch, niks groots of buitengewoons… gewoon deze buikpijn, de muziek die klinkt, smaak van koffie… Je bént al thuis, al 100% Leven, al elk schijnbare vormpje.”

Met de gedachte dit doorlopend te beseffen moedigt het LEVEN de illusoire persoon aan de moed niet op te geven.
“Precies: de illusoire persoon ! Maar iets wat een illusie is hoeft en kán niets beseffen en evenmin wel of niet de moed opgeven !
Ook Leven kán niks beseffen en hoeft ook niks te beseffen. Leven IS. Zonder kenmerken. Leven herkent zichzelf als Leven zelf, of niet. Maar aangezien er niets of niemand buiten Leven staat of iets anders dan Leven IS, maakt het dus niet uit of iets wél of niet doorlopend beseft wordt of herkend wordt. Speelt Leven het spel van identificatie dan zal het middels denkactiviteit doen alsóf Leven nog gevonden moet worden. Het is een lief en totaal onschuldig spel en het wordt niet met échte personen gespeeld ! Net zoals je in Monopoly ook niet écht met huizen en hotels bezig bent. Het spel is doen alsóf. Het Leven is doen alsóf. Jij bent nu al het Leven, al dan niet de gedachte gelovend dat je geïdentificeerd bent.

De kortste samenvatting zou kunnen luiden dat wat er nú is altijd het enige is en dat dat Leven is, die zijn spel speelt. Nu doet Leven zich voor als een schijnbaar organisme met de naam Jop die woordjes maakt en tegelijkertijd als een schijnbaar organisme met de naam Leen die woordjes leest: het is Leven zónder meer ! Er is zitten, kijken, lezen, misschien blij zijn, misschien gefrustreerd zijn, maar niet iémand die dat doet, bezit of zelfs maar weet. Er is gewoon een reagerend organisme, zónder stuurman erin. En in de stilte van dit moment is het duidelijk dat ook dat reagerend organisme niets meer is dan een gedachte, dus net als alles lege stilte is !”

Hartelijke groet van Leen.

Hartelijke groeten terug van Jop.

Foto's