Leen. 4 april 2015,


De inhoud van wat je eerder stuurde sprak me al erg aan, maar wat ik nu van je gekregen heb is toch wel echt een topper. Alhoewel ik weet dat zoeken en mediteren niet bijdraagt om tot het besef van de werkelijkheid te komen voel ik me er toch goed bij.
“Bron schrijft een mooi verhaaltje en Bron zoekt en mediteert… tot het dat niet meer doet.”

De vraag in mijn mail hield in of het echt zo is dat de bron al de menselijke objecten in haar spel het gevoel geeft zelfstandig opererende personen te zijn die het spel inclusief alle ellende en hun uiteindelijke dood, die er deel van uitmaakt, voor echt aanzien.

“Als verhaal kan dat verschijnen. De uitnodiging van Bron kán zijn (maar het is niet nódig) te zien dat verhalen voor wáár houden maar één van de manieren is om naar de werkelijkheid te kijken.

Het zijn steeds weer de woorden die een werkelijkheid lijken te creëren…
Er is alleen maar Bron. Niet Bron plus 7 miljard zelfstandig opererende mensen met elk hun verhaal. Dat is alleen zo wanneer het verhaal in gedachten voor écht wordt aangezien, wanneer gedachten de exclusieve realiteit lijken te zijn. Slechts dán is er de niet-onderzochte aanname dat ‘hier’ een ‘ik’ is en ‘daar’ een ‘jij’ en dat er een denker in dit lichaam zit en in die zogenaamde andere lichamen. Dat is de droom van dualiteit.

Bron ís de menselijke objecten, ís het zwoegende miertje, ís de gedachte aan wat dan ook. Dit betekent dat Bron verschijnt áls het menselijk object, áls het zwoegende miertje, áls gedachte, wat wil zeggen dat er nooit en te nimmer een werkelijk bestaand menselijk organisme is, geen werkelijk bestaand miertje en zelfs geen werkelijk bestaande gedachte ! Er is ‘slechts’ een verschijnen nú ín Bron en áls Bron. Als het geluid van gedachten uitstaat krijgt niets een eigen naam en losgemaakte vorm.
Alles wat lijkt te bestaan líjkt slechts te bestaan, omdat de gedachte of het woord verward wordt met ;wat er verschijnt, met het rechtstreekse niet-te-kennen verschijnen. Het was en is en blijft Bron die in het spel van het denken doet alsóf het ís wat het woord lijkt aan te duiden.

Bron geeft dus geen objecten het gevoel personen te zijn die dingen menen te weten en te ervaren. Er is geen scheiding, geen tweeheid, niet meerdere objecten of personen. Elk gevoel, elk veronderstelde weten, elke gedachte ís Bron en groeit slechts schijnbaar, in de droomwereld die het denken schijnbaar schept, uit tot schijnbare personages die schijnbare visies en schijnbare problemen hebben.

Zie je, deze zin lijkt nu te verwijzen naar hoe ‘het spel van Bron’ functioneert… maar in werkelijkheid is er ook nu slechts wat er altijd is: het verschijnen en verdwijnen van een gedachte. Feitelijk wordt er nergens naar verwezen. Het verwijzen is zélf wat er nu plaatsvindt, áls gedachte. Er is nu dus enkel het verschijnen van een gedachte die hier verwoord wordt. In Bron is geen ruimte om te verwijzen, want er is enkel Bron. Bron is vol van Bron.

Woorden en gedachten scheppen feitelijk helemaal geen wereld en personen daarin… een woord en een gedachte kúnnen niks scheppen, kunnen nergens naar verwijzen, kunnen de realiteit niet beschrijven, want zij zijn slechts een woord en een gedachte, dus zélf wat er gebeurt, gewoon een verschijnen nú. Bron verwijst naar zichzelf !
Bron wordt er niet door beïnvloed, want alles ‘bestaat’ slechts als verhaal. En dat is weer Bron zélf. Als ik heb gedroomd over een vervaarlijke tijger die achter mij aanzit, ga ik als ik wakker wordt geen cursus hardlopen volgen. Was de droom écht ? Is niet interessant, want er is, zeker weten, enkel nu hier deze geluiden en beelden en gedachten ! De droom is Bron en bestaat slechts als verhaal. Niks gebeurt, niks te doen, niks te laten ! De wereld is er niet slechter of mooier op geworden. Angstgedachten of boze gedachten over hoe mensen zijn en hoe de wereld functioneert zijn op dezelfde manieren dromen. Want wat is er nú ?! Wat is er vóórdat het denken opstart en meent alles te weten en te kennen ?!

Er zijn ook geen 7 miljard mensen met elk hun eigen gedachten en sensaties. De gedachten en sensaties die nu verschijnen zijn de énige gedachten en sensaties. Het is Bron. Hier is niemand en er zijn geen ‘anderen’. Wat ervaren kan worden als de persoon ‘ik’ is niets anders dan het verschijnen van gedachten en sensaties. Wat gezien kan worden als ‘anderen’ is niets anders dan verschijnende beelden ín Bron, sámen met babbelende gedachten die een ‘echt iemand’ toedicht aan die beelden. Het enige dat er in werkelijkheid is, is het verschijnen en weer verdwijnen van neutrale, betekenisloze beelden ín Bron. En die beelden gaan een eigen leven leiden en dus de schijnwereld creëren, die voor het denken écht is óf die beelden worden níet uitsluitend door het filter van het denken geperst en er ontstaat géén ‘ik’ en géén wereld. In beide manieren waarop Bron zichzelf als spel wil uitdrukken zitten dus in werkelijkheid nérgens ‘echt’ bestaande mensen, die kennis, ervaringen, gedachten en sensaties bezitten ! Maar het kan zeker wél en zeer overtuigend zo líjken te zijn. Het spel lijkt niet op een achternamiddag bedacht te zijn.”

Jouw antwoord maakt duidelijk dat de bron dat inderdaad doet. Je zou hier uit kunnen concluderen dat de bron de door haarzelf geschapen droomfiguren blijkbaar niet zo belangrijk vindt. En die opvatting geldt dan niet alleen voor de bron maar ook voor de menselijke objecten die het spel hebben doorzien en zich niet langer met hun stoffelijk organisme vereenzelvigd voelen maar met de bron, het LEVEN.

“De Bron schept dus feitelijk geen droomfiguren, maar doet zich vóór als droomfiguren, tafels, handen, wolken en auto’s. Er wordt dus niks geschapen, dat is slechts ‘bij wijze van spreken’: als er spreken of denken is dan wordt er slechts op dát moment gesuggereerd dat die droomfiguren en auto’s er werkelijk zijn.
Spreken en gedachten suggereren tweeheid. En denken (aan elkaar gekoppelde gedachten) maakt alles ‘van mij’. Maar ook als dat spel van identificatie gespeeld wordt is en blijft Bron nog altijd alles dat er is! Alleen het spel van tweeheid suggereert dat dat níet zo is. Maar dat is dan ook net de aardigheid van het spel. Het is Bron die speelt niet-Bron te zijn.

Bron speelt zichzelf in alle droomvormen. En aangezien het allemaal Bron is maakt het Bron niet uit of dat verschijnend beeld ‘kuipje boter’ wordt genoemd of ‘krando’, rood is of geel, groot is of klein. En aangezien het allemaal Bron is maakt het Bron niet uit of ín dat spel dat droomidee ‘ik’ weet heeft van zijn droomstatus of niet. Aan een droom rommelen maakt niks uit, het blijft een droom, een niet-bestaande werkelijkheid, een illusie. En er staat niets en niemand búiten de droom om daar iets aan te veranderen. Niets kán dus anders zijn dan zoals het nu is. Elke gedachte en elk verhaal is daarom al de perfecte uitdrukking van Bron. Niets hoéft dus ook anders… maar dat kan Bron, als die het denkenspel van tweeheid speelt, niet horen, want dan luistert hij niet, maar denkt, dan ziet hij niet, maar benoemt, objectiveert, interpreteert en suggereert.

En tóch ként Bron niks anders dan zichzelf. Bron maakt daarom ook geen onderscheid, want er is niks anders dan haar eigen verschijnen, ongeacht de kleur, vorm, geur enz. van het verschijnen, benamingen die er pas zijn als het denken actief is. Voor Bron is daarom geen scheiding tussen wel en niet belangrijk. Alles IS.’

En aangezien er geen menselijke objecten zijn, anders dan als woord, als gedachte, kúnnen er ook geen menselijke objecten zijn die het spel hebben doorzien ! Er is niemand die ‘in werkelijkheid leeft’ ! Er is ook niet iemand die nog wel droomt en iemand die niet meer droomt. Er IS slechts Werkelijkheid, Bron. En er staat niets buiten Bron, dus hoe zou iets Bron of het spel van Bron kunnen doorzien. Dat zijn alles slechts verhalen in de geest. Zij hebben geen enkele waarde. Ze zijn als de droom.
En ‘vereenzelviging met jouw stoffelijk organisme’ is evenzeer gewoon een verhaal. Het vindt plaats ín Bron en is er de uitdrukking van, maar niets komt los van Bron om een eigen werkelijkheid te gaan vormen.
De veronderstelde ‘ik’ kan de Bron niet gaan vinden, niet door een langdurige zoektocht, meditatie, zelfonderzoek, zelfkwelling of wat ook… het zijn geen werkelijk bestaande ‘dingen’ of activiteiten, slechts gedachten, interessante dingen waar we leuke verhalen over kunnen vertellen… hoor maar: “

Het menselijk organisme degradeert in dat besef dan tot een instrument waarvan het functioneren niet geleefd maar in het grenzeloze bewustzijn beleefd wordt. Er is dan ook geen dood meer waar angst voor zou kunnen bestaan.

Het maakt me duidelijk dat jij die in werkelijkheid leeft, de inhoud van het spel niet meer zo serieus neemt en dientengevolge jouw beleving van wat er in de holocaust gebeurd is niet meer correspondeert met onze opvattingen daarover.

Jop, besef wel dat het voorgaande geschreven is door iemand die nog steeds droomt
maar denkt te weten tot welk besef hij zal komen wanneer hij ontwaakt.

“Er gaat dus niemand tot een besef komen. De wens iets specifieks te beseffen valt weg. Niemand gaat méér inzicht krijgen. Inzicht valt weg. Kennis en inzicht verliezen elke waarde en worden overbodig, net als iedere ervaring.
Niemand gaat ooit ontwaken, maar het spel van identificatie dat Bron speelt valt uit elkaar en wordt niet meer serieus genomen… door Bron zélf ! Dan blijkt er hier helemaal niemand te zijn. Maar dat hoeft helemaal niet te gebeuren, want nú al is er enkel Bron, ongeacht welke verhalen Bron in zichzelf op wil laten komen ! En Bron is al volledige Ontwaaktheid.

Er gaat dus niets gebeuren, er kán niets anders komen dan nu al komt, zomaar, gratis, in al haar gratie. Bron IS genade. Een zogenaamd persoon gaat nooit iets krijgen, maar is zélf al, als gedachte, als verhaal, het gegeven, genade zélf.

Maar als het spel van Bron voor echt wordt aangezien, dan is Bron zelf even de weg kwijt in zijn eigen spel en denkt Bron dit losse typje te zijn en denkt Bron een eigen leven te leiden, vol van keuzes en verantwoordelijkheden en denkt Bron misschien dood te gaan of persoonlijk pijn te kunnen leiden. Dan is dát eenvoudig wat er verschijnt. Is niks mis mee. Hoeft niet weg. Mogelijk wordt ertegen gevochten. Mogelijk ook niet. Bron die zich voordoet áls gedachten en sensaties, áls verhalen over van alles.

Tot Bron weer stilvalt. Tot er nú direct weer zwijgen is. Tot er nú meteen stil zien is hier, onbeweeglijk en onveranderlijk, waarín gedachten en lichamen en kleuren en geuren als totaal onschuldige beelden opdoemen en smelten in de warmte van het Ene schijnsel dat Bron is.
Woorden zijn prachtig mooi, gedachten zijn superonderhoudend… en volmaakt onschuldig. Ze máken geen werkelijkheid, ze verschijnen ín werkelijkheid, de werkelijkheid van Eenheid, die zichzelf kent als de Bron van alles.”

Wanneer de gedachte “te weten” correctie behoeft en dus het hele verhaal niet klopt dan hoor ik dat graag van je.

Groet van Leen.
Groeten terug. Jop.

Foto's