Leen. 1 april 2015

Deze keer een praktische vraag die luidt:

Is het mogelijk dat een mens die leeft in
het besef van eenheid op een competitieve
manier kan deelnemen aan het op kapitalisme
gestoelde economische proces dat in de
wereld van afgescheidenheid centraal staat?

Ik heb de vraag al eerder gesteld m.b.t. het
functioneren van Frans van Houten CEO van
Philips. Jij zag daar toen geen probleem in

Toch kan ik me niet voorstellen dat een mens
die liefde-mededogen- eenheid en saamhorigheid
uitstraalt met succes kan deelnemen aan een proces
waar individualiteit, rivaliteit, egoïsme en hebzucht
centraal staan.
Ik ben benieuwd!

Hartelijke groet van Leen

Dag Leen, dat is weer een leuke vraag !

De vraag (die spreekt over afgescheidenheid) komt voort uit de dróóm van afgescheidenheid, dus uit het geloof dat gedragingen 1. door personen worden gedaan, 2. dat zij hun gedragingen kiezen en 3. dat die keuze beïnvloed wordt door het niet of juist wél herkende besef van eenheid.

De droom is het serieus nemen van het verhaal van losse mensen in een wereld van tegenstellingen, gevuld met zowel positieve als negatieve gedragingen. Deze droom wordt serieus genomen op basis van de overtuiging dat er een op zichzelf bestaande Leen bestaat, die is afgescheiden, dwz afgescheiden van wat zich op dit moment voordoet. Die gedroomde Leen zou functioneren búiten dit wat zich nu voordoet, want in staat zijn iets te vragen óver wat zich nu voordoet, namelijk gewoon een gedachte die opkomt, in de vorm van een vraag… De droom van tweeheid koppelt de zgn ‘ik’ altijd los van wat er gebeurt… terwijl de ‘ik’, Leen in dit geval simpelweg IS wat er gebeurt.

Anders gezegd: de vraag suggereert dat er nog iets anders is dan dit moment. En aangezien dat niét zo is bestaat dat geloof van afgescheidenheid en dus die wereld van tweeheid, met losse mensen plús hun activiteiten, uitsluitend als illusie. Het is een illusie oftewel een droom of een verhaal, dus bedenksel van de geest, omdát er altijd enkel dit ene moment is. Dit moment ís Eenheid zoals deze zich nu in en áls alle vormen en variëteiten laat zien: ademhaling, kleuren, kloppen van het hart, geuren, voorstellingen, bewegende vingers…, plus de vraag die zich nu voordoet en het gevoel er als Leen te zijn. Dat is dus de realiteit nu. Dat is precies wat op dit moment plaatsvindt. Méér is er niet ! …

… behalve voor het denken dat droomt dat er zoiets bestaat als de inhoud van gedachten: een ceo, kapitalisme, een wereld van afgescheidenheid enz. Alsóf dat allemaal bestaande, grijpbare en ‘ergens’ verblijvende dingen zijn, objecten, werelden. Maar in dit moment bestaan zij enkel als gedachte en buiten dit moment bestaat er niks.
Denken creëert dus de illusie van tijd, losse objecten, groei, moraal en dergelijke en houdt deze in stand door het stellen van vragen, cq door te willen weten en begrijpen. De schijnwerkelijkheid van het denken lijkt dit moment, dat bestaat zonder woorden en zonder jij en ik, af te dekken. Van wat er simpelweg is maakt het een vraagstuk.
Het denken is dus de zoekende instantie die afwijst wat er nu is, denkt dat er méér is dan dit nu en creëert een ‘ik’ die de opdracht krijgt dat veronderstelde betere, rijkere, gezonder of spiritueler leven voor ‘mij’ te gaan realiseren.

Maar het wonderschone van het Leven is dat, hoe Eenheid zichzelf ook laat zien, het nu allemaal alweer is opgelost, verdampt, verdwenen zónder dat er iets van overgebleven is. Buiten dit wat zich nu direct onkenbaar en in totale stilte voordoet is er niks: geen Leen, geen Frans van Houten, geen economisch proces enz. De vraagsteller én dat waar de vraag naar verwijst (haar inhoud) zijn dus beiden de droom. In dit moment lossen zij beiden op. Buiten dit moment (wat een droom is) worden zij beiden door het denken in het leven geroepen, tot een ‘leven’ gemaakt (wat uiteraard ook een droom is).
Dat wil zeggen dat de vraag helemaal niet van Leen afkomstig is en feitelijk helemaal niet om een antwoord vraagt. De vraag wilde alleen vraag zijn, er gewoon mogen zijn als vraag zonder meer. Dus dit is feitelijk het antwoord op je vraag… maar het denken zal daar wel geen genoegen mee nemen, denk ik zo.
Een vraag is Eenheid die zich kenbaar maakt als vraag, om net zo spontaan als hij kwam weer te vertrekken en ruimte te laten voor de volgende frisse vorm waarin Eenheid zich wil uitdrukken. Allemaal volledig onpersoonlijk, zonder doel en zonder de wens om wat dan ook te laten plaatsvinden.

Wat er wél is, altijd als enige en altijd op dit tijdloze moment, is de onbeschrijfelijke ruimte die Eenheid is en waarín nu dus jouw vraag zich voordoet. Gezien vanuit dit Ene is er dus de onmetelijke ruimte om die, op het droomdenken gebaseerde vraag, welkom te heten. Hij ís er namelijk. En hij wordt kennelijk beantwoord.
Eenheid blijkt dus de vraag te stellen en hem ook te beantwoorden. Eenheid communiceert met zichzelf. Dat is altijd het enige dat gebeurt !

Dus jouw vraag is: “Is het mogelijk dat een mens die leeft in het besef van eenheid op een competitieve manier kan deelnemen aan het op kapitalisme gestoelde economische proces dat in de wereld van afgescheidenheid centraal staat?”
In de droomwereld van het denken bestaat er goed en fout, eerlijk en oneerlijk, beter en slechter… Zo suggereert de formulering van de vraag dat, vanuit het besef van eenheid gezien, een competitief leven gericht op geldelijk gewin ondenkbaar zou zijn, want misschien onjuist, ethisch af te keuren en vast niet meer als hoogste prioriteit zou kunnen bestaan…
Maar vanuit de niet-opgeknipte helderheid gezien worden al die onderscheidende waarderingen helemaal niet gelegd op wat er simpelweg plaatsvindt. Het is juist duidelijk dat alles vanzelf gaat, dat er in werkelijkheid helemaal niemand is die leeft in het besef van eenheid ! Dat er juist enkel Eenheid ís. Dat er geen afgescheidenheid bestaat en dus geen verschillende mensen met verschillende inzichten, doelen en tactieken. Dat er geen tegenstellingen bestaan, dwz geen goed en fout, geen beter en slechter en dat er niks is dat jij wel hebt, kent of weet en ik niet of omgekeerd. Dat jij en ik en alle ‘anderen’ alleen als verhalen in de droomwereld bestaan. Dat er helemaal geen juiste of onjuiste gedragingen bestaan. Dat jij en ik en ‘iedereen’ niets bezitten en geen vrije wil en keuze hebben. Dat wij allen slechts gespeelde figuren in de niet-bestaande wereld van het denken zijn. Dat kapitalisme en een afgescheiden wereld slechts concepten zijn die helemaal nooit de schoonheid en directe levendigheid van dit moment kunnen beïnvloeden. Dat er enkel is wat er nu rechtstreeks is. Dat dingen wel of niet benoemen de werkelijkheid dat jij, nu al, Eenheid bent, nooit kan aantasten… want ook zélf Eenheid is die zich zó wenst uit te drukken.

Verder merk je op: “Toch kan ik me niet voorstellen dat een mens die liefde-mededogen- eenheid en saamhorigheid uitstraalt met succes kan deelnemen aan een proces waar individualiteit, rivaliteit, egoïsme en hebzucht centraal staan.”
We hoeven het spel niet te ontkennen of te negeren. Maar het verliest haar zwaarte en serieusheid, wanneer het ook werkelijk als spel herkend is ! En het spel, datgene dat wij ménen te zien en te kennen, blijkt helemaal niet aan de regels van de intellectuele logica te beantwoorden. Er blijken geen regels te zijn, geen vaste lijnen waarlangs het spel gespeeld dient te worden. Alles is vrij, beweegt zich spontaan en leeft zichzelf. Het spel laat zich niet door mentale voorschriften gevangen zetten, niet door logica, niet door moraal, niet door oorzaak-gevolg, niet door eerdere ervaringen of door de hoop op toekomstige bevrediging.
In het spel is juist alles mogelijk en toegestaan, aangezien het allemaal Eenheid is. En Eenheid streeft niks na, deelt niks op, benoemd niks, heeft geen voorkeuren, wil niks onder controle houden of in goede banen leiden. Er is niet een proces gaande, geen ontwikkelingsweg, want er is enkel dit moment. En daarom zijn er geen fouten in het spel. En er is evenmin iemand die het spel beoordeelt en vervolgens goed- of afkeurt. Eenheid speelt alle rollen en drukt zich uit als alle karaktereigenschappen en alle type gedragingen. Er is dus geen Eenheid plús een spel of droom. Eenheid IS het spel. Eenheid spéélt ‘droom’.
Zo zou bij een droomfiguur, die liefde en mededogen uitstraalt, heel wel de beweging aanwezig kunnen zijn egoïsme en hebzucht van anderen te omarmen, vanuit het inzicht dat elke situatie op dat moment alleen maar de enig juiste kan zijn, want al IS wat er plaatsvindt.
Vanuit het inzicht dat eenheid en saamhorigheid de reflectie zijn van afgescheidenheid en ik-gerichtheid en sámen één vormen.
Vanuit het inzicht dat egoïsme en hebzucht gewoon betekenisloze concepten zijn, die enkel door denkactiviteit waarde krijgen.
Vanuit het inzicht dat álles een uiting van de Ene liefde is.
Vanuit het inzicht dat niets anders hoeft te zijn of kán zijn dan zoals het nu al door Eenheid gegeven is.
Vanuit het inzicht dat er geen ruimte is om méér plaats te laten vinden dan nu al plaatsvindt.
Vanuit het inzicht dat niets blijvend is in dit spel van het Leven en dus niet ‘de moeite waard’ daar de focus op te richten.
Vanuit het inzicht dat individualiteit centraal stellen evenzeer de uitdrukking van eenheid is en gelijkwaardig aan de gerichtheid op saamhorigheid.
Vanuit het inzicht dat alles dat wordt gezien en geweten, gedaan en gelaten de handeling van Eenheid is.
Vanuit het inzicht dat geen enkele visie, overtuiging of aanname enige rimpeling kan geven in de alomvattende oceaan van stille en alles accepterende aanwezigheid die Eenheid is.

Tot zover Leen !

Ik groet je van harte,
Jop.

Foto's