Leen. 12 januari 2015

Beste Leen,
Ja, enkel Zijn is werkelijkheid. En de betekenis daarvan is dat alles Zijn ís. Als er een mensheid is, is dat Zijn. Als er sprake is van bewustzijnsbeperking ís dat Zijn. Als er de idee is dat die mensheid in bewustzijnsbeperking leeft is dat Zijn. Als er nu schrijven is of lezen is dat Zijn. Elk idee dat nu verschijnt is Zijn. Als er het gevoel is dat ik hier zit te schrijven is dat Zijn, dat wil zeggen: er is niet een ik die schrijft en die weet dat het in werkelijkheid een activiteit van Zijn is. Er is geen ik. Op dezelfde manier is er ook geen mensheid en dus ook geen mensheid die wel of niet in een bewustzijnsbeperking leeft. Dat lijkt er alleen te zijn, als er het geloof is een ‘ik’ te zijn.
Als het leven wordt herkend als droom, als een beeldengalerij, steeds verschijnend in een andere configuratie, als duidelijk is dat er slechts één voorstelling is die nu verschijnt en dat dit beeld telkens uniek is, opkomt en weer verdwijnt, dat het niets anders is dan een opspattend golfje… dan blijken alle beelden die zich aandienen neutraal te zijn en van niemand. En dan gaan zij ook niet meer over een bestaande werkelijkheid, zoals ook de droom waar je ’s ochtends uit ontwaakt geen werkelijkheidswaarde meer heeft en waarvan je ook weet dat het nooit iets ‘echts’ is geweest.
Wat houdt de droom in stand, wat droomt dat een droom toch werkelijk is ? Enkel denkactiviteit. Alles wat iets is, is een gedachte. Alles wat echtheid krijgt toegekend is ‘echt’ gemaakt door een gedachte die geloofd werd. Het boterkuipje op tafel is een voorstelling, neutraal en zonder waarde en betekenis als er geen denken plaatsvindt, maar lijkt echt te zijn als en omdat het benoemd wordt. Benoemen is de ongemerkte activiteit van het denken. Je ziet niet dat dat plaatsvindt en staat er dus ook niet bij stil. Je kunt ook niet zien dat het denken het leven creëert door voortdurend alles te benoemen, want de idee dat ‘ik’ dat weet of zie is zelf al een creatie van diezelfde denkactiviteit. De ‘ik’ kan dus onmogelijk vaststellen of iets waar is of gedroomd.
Wanneer de stilte van Zijn de denkdrukte overstemt, blijkt Zijn het enige te zijn dat zich ‘voordoet’. En dan is direct helder dat alles nú al volledig Zijn is. En Zijn blijkt niet een ding te zijn dat besluiten neemt, niet een entiteit búiten het beeldvullende verschijnen nú… Zijn ís het beeld dat nu verschijnt, ook elk benoemde, elk verwoorde beeld. Zijn ís al en wordt zichtbaar als wat precies op dit moment te zien, te horen, te proeven, te ruiken en aan te raken is. En dat is dus inclusief het zien van gedachten en inclusief het zien van een gedachte die het gevoel of woordje ‘ik’ als inhoud heeft. Dus Zijn ís het verhaal dat nú verteld wordt.
Zijn kiest niet en neemt geen besluiten. Zijn staat geen losse onderdelen aan te sturen, want er is enkel éénheid, dus er zijn geen losse onderdelen. Er worden geen mensen en gedachten aangestuurd. Zijn is geen speler in dit spel en staat niet van buitenaf dit spel te dirigeren. Zijn ís het hele spel ! Zijn speelt geen losse mensheid die gelukkig is of lijdt, Zijn is gelukkig-zijn of lijden-zijn. Er is niet iets buiten Zijn, zoals een mensheid, de wereld, jij of ik, die dat ondergaat. Zijn grijpt niet in in het leven, in alles dat gebeurt, Zijn ís het leven, Zijn ís het hele gebeuren. En wat er gebeurt heeft geen aanleiding en het beweegt nergens naartoe. Zoals eb en vloed een simpel bewegen zijn, zonder doel, zonder reden, gewoon wat ís, gewoon 100% oceaan.
Dat betekent ook dat Zijn geen wensen heeft, want Zijn is álles. Alles kan niets te wensen hebben, want er kan niets anders verworven worden dan wat er al is. De mensheid die gelukkig is of lijdt is al alles op dit moment: een beeld dat verschijnt in Zijn en als Zijn. Als dat uitgroeit tot een verhaal over een mensheid die in een bepaalde toestand verkeert, dan is dat Zijn die zichzelf vorm wil geven middels een denkactiviteit. Maar het heeft geen waarde. Niets van wat benoemd wordt heeft meer of andere waarde dan wat het al is, namelijk Zijn. Een golfje dat dankzij een beweging van de oceaan iets hoger mag opspatten of zich bulderend als branding mag manifesteren is nog steeds gewoon oceaan. Een paar tellen later is er niks over. Het léék slechts even iets anders te zijn dan oceaan. Zo is het ook met elke gedachtegang, met elke benoeming, met elke overweging. Zo is het ook met de gedachte dat ‘ik’ echt besta. Ook elke ik-gedachte komt gewoon op in en als Zijn en verdwijnt er per direct weer in. Er ontstaat in werkelijkheid helemaal geen echt bestaande ‘ik’ en dus ook niet ‘mijn leven en overdenkingen’. De ‘ik’ is een overdenking van Zijn en tijdloos direct, niet te grijpen, niet terug te vinden.
Het schijnbare probleem ontstaat pas als de golf denkt dat hij los staat van de oceaan en anders is dan de andere golfjes, dat hij kan kiezen hoog of laag op te springen, mooiere schuim denkt te kunnen maken enz. Maar het is maar een schijnbaar probleem. Het is er enkel als ‘ik en mijn gedachten’ serieus genomen worden, dus als Zijn doet alsof het een ‘ik’ is, die meent zijn gedachten te kunnen kiezen en Zijn meent te kunnen gaan kennen. En dat alles is slechts een gedachte. Het bestaat enkel als idee. Er is benoemen of niet. Dat lijkt het draaipunt te zijn in het spel. Mét benoemen lijkt er iets te zijn, zónder benoemen is er Niets. Zijn is zowel het niet te kennen Niets (leegte, stilte, aanwezigheid) én Alles dat iets lijkt te zijn (mensheid, wereld, lijden, golfjes, ik). Maar niet ná elkaar, niet van elkaar gescheiden, maar ondeelbaar en simultaan. De beperking van elke denkactiviteit is dat het Niets en Alles niet kent, slechts ‘iets’, dingen en die zijn er niet echt, slechts als illusie. Maar… ook dát illusoire beeldenspel is de volmaaktheid van Zijn.
Zijn heeft geen wens, want het is onbegrensde en vervulde ruimte-zijn. Het is aanwezigheid in elke vorm, áls elk verschijnen. Het is heelheid, het voortdurend versmelten van haar spel van tegendelen goed-fout, harmonie-disharmonie. Zijn is ook zónder kenmerken, want zonder benoemen is het gewoon dat wat zich nu woordloos en onkenbaar voordoet. En wat zich voordoet kan ook een gedachte zijn over de mensheid. Maar waar het om gaat is te herinneren wat de ware aard is van alles, te zien dat de natuur van alles Zijn is. En dat Zijn verschijnt in de vorm van een beweging in gedachten en dat die gedachte twee kanten op kan vallen: terug in de stille bron van Zijn zónder een wereld van ‘ik’ en ‘anderen’ te hebben gecreëerd ófwel de andere kant op valt en (slechts voor even) uit mag groeien tot een droom van ‘ik in een wereld’ die eruit ziet als een schijnbaar keiharde en bewijsbare wereld met kenmerken, begrenzingen, persoonlijke keuzes en de illusie dat er een op zichzelf bestaande ‘ik’ bestaat en dat deze kan denken en het grote geheim van Zijn ooit kan bevatten… hé… dat is een lange zin… hé…kijk eens, hij is reeds verdwenen… hé…wauw, alleen de ruimte waarin die zin verscheen is nog over… gewoon stilte… geen vragen… niks ‘hier’ dat iets wil weten…
Gewoon enkel leegte, transparantie die overal doorheen laat kijken, openheid, een ruimte die niks verlangt, ontvankelijkheid voor alles dat wil verschijnen, een toestaan dat er een gedachte langskomt of een naar gevoel of een blij gevoel… het komt en gaat, heeft geen betekenis van zichzelf…
Een denkbeweging geeft het nu misschien betekenis, hecht er waarde aan, laat op dit moment een ‘ik-gevoel’ geboren worden, laat een gevoel verschijnen dat er iets mist, een idee opkomen van tekort op enigerlei wijze, de wens iets te willen ondernemen… Maar ondertussen: leegte omarmt dat alles, openheid staat het al toe, de ruimte geeft het alle ruimte die het nu even in wil nemen, ontvankelijkheid ziet het al zonder weerstand aan, aanwezigheid is zonder de geringste inspanning geheel vervuld van iedere gedachte en elk gevoel dat nu even langs wil komen… het is gewoon… wat nu is, er komen geen woorden op, … het is simpelweg, het ís… ís
Zijn neemt op elk moment, in stilte en volkomen automatisch, haar natuurlijke vorm aan van kalmte, vrede en stil waarnemen. Oceaan neemt op elk moment haar veelzijdige vorm van totaal vervulde heelheid en bruisend leven aan. En er is het weten dat dit wat nu is, alles is en dat er niets méér is. En het is het weten dat er geen enkele activiteit nodig is dan deze nú.

Tot zover, met hartelijke groeten voor jou en Ineke,
Jop.

Foto's