Leen. 16 maart 2015


Beste Jop,

Opnieuw bedankt voor je uitgebreid antwoord op mijn mail van 11 Maart.
Je slooft je uit om mij het besef van de werkelijkheid bij te brengen. Het
lukt maar steeds niet en maakt dat ik me suf prakkiseer waarom niet.
Uiteindelijk ben ik tot de volgende gedachte gekomen. “Het menselijk
organisme functioneerde lang, heel lang geleden puur op basis van gevoel.
In dat organisme was en is verstand aanwezig. Dat verstand stond
spontaan in dienst van het gevoel. Met de evolutie is het spontane,
gevoelsmatige en onbevangen functioneren van lieverlee overgenomen
door verstandelijke beredenering. Die ontwikkeling duurt tot op vandaag
nog steeds voort. Het resultaat er van heeft onze huidige maatschappij
opgeleverd. Het spontane gevoelsmatige functioneren is veranderd in
verstandelijk berekenend gedrag, gericht op materiële welvaart
in plaats van op geestelijk welzijn”. Terug van verstand naar gevoel dus.

Geen twee menselijke organismen zijn gelijk. Het ene is redelijk kort bij het
gevoel gebleven, het andere steunt volledig op het verstand. De mate
waarin gevoel en verstand zich verhouden zal denk ik bepalend zijn voor
terugkeer naar het besef van onze oorsprong.
Wat denk jij van deze beschouwing?

Hartelijke groet, Leen.

Ha Leen !
Dank voor je beschouwing.
Hier weer een reactie van mijn kant.

Het besef van de werkelijkheid is het besef dat er geen ándere werkelijkheid is dan deze die zich op dít moment voordoet. Het is wat de zintuigen nú registreren. En dat besef is niet het besef ván een persoon. En hetgeen de zintuigen registreren gebeurt evenmin dóór een persoon.

Er is geen Leen die bij het besef van de werkelijkheid kan komen… het ‘je suf prakkiseren’ ís al de werkelijkheid. Méér dan dat doet zich nu niet voor. Als er nu stilte is, is dát de werkelijkheid. Is er nu piekeren of een verlangen, dan is precies dát de werkelijkheid. Méér werkelijkheid bestaat niet, dan wat zich telkens op dit moment voordoet. En er ís geen Leen die invloed heeft op wat er gebeurt. Die zogenaamde leen ís wat er gebeurt, nl. een gedachte ín Eenheid, ín leegte.

Bovendien brengt geen enkel geprakkiseer en geen enkele gedachte ooit iets voort, noch heeft het enige invloed op wat al ís. De werkelijkheid is nu 100% prakkiseren of de werkelijkheid ís nu 100% gedachte. Er is geen ruimte voor méér. Er is geen tijd voor wat ánders.
Gedenk en gedachten kunnen de werkelijkheid nooit kennen, want zij zíjn de werkelijkheid. Als er nu, al is het maar voor één seconde, géén gedachte of denken plaatsvindt, dan is er direct wat er altijd al volledig is: de afwezigheid van een schijnbaar menselijk organisme, maar tevens de afwezigheid van ‘iets’ dat zich daar mee bezighoudt en naar antwoorden zoekt.

Omdat er ‘slechts’ dít is, is er ook geen tijd. Er is geen heel lang geleden, geen evolutie en geen ontwikkeling. Dat alles ‘bestaat’ enkel in de droom. En de droom is de schijnbare situatie waarin tijd en dus processen bestaan, waarin losse elementen, dus menselijke organismen zouden bestaan, waarin gevoel en verstand deel zouden uitmaken van die organismen. Alle zoeken naar antwoorden, elk gevoel een menselijk organisme te zijn, menen dat er een ‘jij’ is die beter of slechter af kan zijn, afhankelijk van de overheersing door gevoel of juist verstand… dat maakt allemaal déél uit van de droom. En de droom is enkel hypothetisch. Het is een fantoom.

De droom is een handvol aannames die beweren dat er iets bestaat dat búiten dit directe ervaren valt. Daarom is een droom illusoir, of op z’n minst, zo je wilt, net als de droom waaruit je ’s ochtends ontwaakt, totaal onbelangrijk en zelfs irrelevant voor dít wat zich nú laat zien, voelen, proeven enz. De enige realiteit ervan is dat het nú eventueel een gevoel of gedachte oproept. Zoiets als de kiespijn die je gisteren had en inmiddels is verdwenen. Het is niet méér dan een herinnering (een verhaal), maar helemaal niet meer de ervaring van dit moment.

Het spel van het denken (gespeeld door de ene goddelijke speler, die doet alsof hij een los persoontje is) is búiten de werkelijkheid van dit moment gaan wonen en doen alsof het tóch nog steeds de werkelijkheid is. Maar nee, als het denken zijn natuurlijke plaats van rust inneemt en haar (tweeheid en dus afscheiding-scheppende) inhoud niet langer bepalend is voor de kijk op wat zich nú voordoet, dan is het duidelijk dat het denken dit wat in alle eenvoud nú plaatsvindt nóóit kan leren kennen.
Denken is een reeks concepten, ideeën, conclusies gekoppeld aan de droomwereld van tijd, van een niet-bestaand verleden… en derhalve het meest ongeschikte instrument om überhaupt te kunnen kennen of begrijpen, laat staan dit tijdloze directe ervaren. Er blijkt geen werkelijkheid te zijn búiten het denken. Het denken is een beweging bínnen de werkelijkheid van dit moment. Het kan dít moment dus uiteraard nooit kennen of gaan beseffen !

Maar ook het ‘gegeven’ dat menselijke organismen kort bij het gevoel kunnen of zouden moeten blijven… is niet anders dan een concept, dus denkwerk ! En vanuit de stilte van het gewaarzijn van de permanente leegte (en dát is wat jij in werkelijkheid bent !) is het helder dat denkwerk altijd héén kijkt over de alles dragende leegte. In haar onwetendheid kan het denken niet anders dan onwerkelijkheden scheppen en niet-zien wat nu ís ! En het denken kan niet ‘wetend’ worden. Dat is de worst die zij zichzelf steeds weer voorhoudt.

Er zal nooit een terugkeer kunnen zijn naar het besef van onze oorsprong. Onze oorsprong was, is en zal altijd zijn de afheid van deze simpele aanwezigheid, van wat zich per direct voordoet. Jouw ware aard is de oorsprongloze Eenheid, Zijn, Leegte, waarín het hele spel van de schijnbare wereld zich op dít moment voordoet als het beeld dat of de gedachte die nu wordt geregistreerd.

Dus op dit moment is jouw ware aard al volledig wat hij altijd is, nl. wat er nú verschijnt: het horen van pratende mensen, wolken die voorbij trekken, gedachten die zich aandienen, een pijntje hier of daar. En er is nérgens een menselijk organisme met de naam Leen, die daar getuige van is. Er bestaat geen Leen, die de werkelijkheid kán leren kennen. De werkelijkheid kent de zogenaamde Leen. Leen gaat nooit terugkeren naar het besef van zijn oorsprong. Eenheid zélf speelt de gedachte een Leen te zijn en Eenheid is zelf al elk besef… er is nl. niks anders dan Eenheid. Nergens een losse Leen. Nergens een losse Jop. Er is niemand die ooit iets kan bereiken of ooit iets kan weten. Er is alléén Eenheid.
Er valt dus niks anders te doen dan er nú al gebeurt. En jij bent Eenheid, nu misschien als een gedachte, nu misschien als een gevoel van niet-begrijpen, nu misschien als stil in een stoel zitten… het is al klaar. Er valt niets te krijgen, eenvoudigweg omdat je alles al bént !

Hartelijke groeten van Jop.

Foto's