Over acceptatie.

In de wereld van het denken, is ‘acceptatie’ een apart verschijnsel. Een uitgespuwde klodder tandpasta in de wasbak kan een bron van ergernis zijn, terwijl genocide ergens in de wereld tot schouderophalen kan leiden. Volgens de logica zijn we het al snel eens over wat volstrekt onacceptabel is. Als situaties ons echter raken, kunnen gevoelens de logische insteek in verwarring achterlaten. Dat lijkt zo te werken, omdat ‘onze wereld’ een wereld van abstracties, concepten en overtuigingen is. Verwoording en interpretatie leggen zich als een tweede huid heen over wat er dichterbij dan dichtbij en directer dan direct hier nu plaatsvindt. Er vindt een virtuele vertekening plaats van de onmiddellijke eenvoud van wat er nu is. Wat er niet is wordt voor waar gehouden, wat er wel is over het hoofd gezien. Binnen die geabstraheerde denkwereld vinden dan schijnbare keuzes plaats, worden schijnbare standpunten ingenomen en vertellen we elkaar wat acceptabel is én waarin we echt moeten ingrijpen. Het leven is dan de vertolking van de denkbeeldige wereld van de denkbeeldige ik. Maar logica kan gevoelens niet in de hand houden, want zij zijn er voordat het denken er vat op krijgt. En dan zijn er heldere standpunten én daarmee strijdige gevoelens. Dat zorgt voor de onderhoudende dynamiek van het leven. En het leven stemt er mee in, want het is haar eigen spel. En dat het een spel is wordt zichtbaar in de directe intimiteit met dit wat er nu is, want hierin toont zich de ware aard van alles.

En de ware aard van alles is onvoorwaardelijke acceptatie. Het hele leven is acceptatie in beweging, liefde die uitgaat en weer in zichzelf vervloeit. De wind die stevig aanzet is per direct geaccepteerd door de lucht die haar de ruimte geeft. Het dak dat drijfnat kreunt onder het gewicht van dagenlange stortregens heeft haar glinstering in het schijnsel van de maan meteen aanvaard. Het voorhoofd heeft het zweet al geaccepteerd; het zweet al de plaats waar zij is gaan rusten. De brandende pijn in de heup die het lopen bezwaard is al aanvaard, net als de plannen er iets aan te gaan doen. Er is geen keuze. Er is altijd alleen wat het leven zichzelf van moment tot moment aanbiedt. En de vraag kan nu opkomen wat dan ‘míjn’ rol is in het geheel.

En het antwoord dat hier gegeven wordt is dat er uitsluitend eenheid is. Dat er geen losse persoon bestaat, die als een ‘tweede’ buiten eenheid staat en daarin kan ingrijpen. Dat er niet een ik is die iets doet, maar dat het in alle gevallen de ene liefde is die doet. Dat zij ‘mij’ doet. Dat ‘ik’ alleen als gedachte besta. Dat er daarom op geen enkel moment ‘mijn’ keuze is, maar dat het de ene liefde is die kiest bij het stoplicht linksaf te slaan. En dat wanneer stilte luider klinkt dan gedachten, de vraag naar ‘mijn’ rol en bestaan zich simpelweg niet meer aandient.

Er kan nú meteen gezien worden dat het leven een voortdurend ontvouwen is. En dat het dat doet in de vorm van beelden en verhalen die in gedachten geboren worden. En wanneer die verhalen serieus worden genomen, scheppen zij de idee dat er een ik is, die ‘zijn’ of ‘haar’ leven vorm geeft. Dan is er het schijnbare ik-gezichtspunt en lijkt er de mogelijkheid van ingrijpen, een plaats om naartoe te gaan, ruimte om uit de ruimte te komen, iets anders te krijgen dan er nu is, de keuze wel of niet te aanvaarden. Dan kruipt het leven in een andere huid en is er het spel van afscheiding, gespeeld door de ene liefde, en lijken verzet en acceptatie twee verschillende dingen te zijn. Dan lijkt er een persoonlijk pad en een leerproces te zijn en ligt het opperste geluk in het verschiet.

Op het moment dat dit ‘idee van ik’ is doorzien en de verhalen in gedachten geen eigen leven meer leiden, blijkt er slechts leven te zijn, een doorgaande verbeelding van schijnbaar mooie en lelijke dingen, van schijnbaar akelige gebeurtenissen en de meest verlichte. ‘Schijnbaar’ omdat er nu geen waarderende stem meeloopt met wat zich spontaan als neutrale beelden in eenheid aandient. Zo bezien is alles de onpersoonlijke jubel van het leven zelf, haar eigen bruisende uiting van heelheid. Er is nu gewoon zitten op een stoel, ademhalen en de smaak van koffie. Dat is niet ‘jouw’ leven, dat is leven, de uitdrukking van de ene liefde.

Precies wat er nu is, dát is het levende omarmen. Het leven neemt wat er verschijnt zoals het is, want zij ziet dat zij het zelf is. En zo ziet zij ook, in totale rust, dat schijnbare ikje dat zich zo beijvert om ergens te komen waar het eindelijk rusten kan.
Elke gebeurtenis, zoals een visie hebben, een naar gevoel, in iets ingrijpen, iets nastreven, kiezen, wel of niet aanvaarden, het is zelf al de volmaakte reflectie van de ene liefde. Het leven drukt zich als deze gebeurtenissen uit, is zelf elke vorm die de ene liefde aan wil nemen, aanvaardt alles wat komt en alles wat gaat, herkent zichzelf áls elke denk-, doe- en voelactie, omarmt zichzelf onvoorwaardelijk en eeuwigdurend en herkent de keuze tussen ja en nee, waar en niet waar, als haar eigen spel, waarin ze door de ogen van een gefantaseerde ik haar eigen schepping bekijkt. En de ene liefde kan op elk moment, in elke ik die zij speelt, haar spel van identificatie doorzien. En, hoe ongelooflijk, het vraagt geen inspanning, want als de stem in gedachten nú zwijgt, dan herkent de ene liefde direct, in alles, haar eigen stille aard van accepterende aanwezigheid.

Als er nú luisteren is kan gehoord worden wat er onder de denkdrukte schuilgaat. Dan kan de ene liefde zichzelf horen. Luister maar. Is er nu iets dat vecht tegen wat er is ? Is er nu direct een verhaal dat speelt in gedachten ? Nee hè, er is stilte. En jij blijkt precies deze stilte te zijn, altijd aanwezig, maar pas hoorbaar als er luisteren is. Hier is het helder dat er nooit zoiets als een ‘ik’ heeft bestaan. Hier vervloeit wat in werkelijkheid nooit uiteen is gegaan. Hier slikt de ene liefde haar ik-creatie weer in. Het is ín deze onveranderlijke stilte dat nu het veranderlijke leven danst en springt. Het leven dat je eerst ‘het jouwe’ noemde. Daarom is er nergens een keuze. Daarom kan het leven er nooit anders uitzien dan het doet.

Jouw natuur is acceptatie van wat zich voordoet. Als er de impuls verschijnt om te gaan mediteren of inzichtoefeningen te gaan doen, of misschien juist om te stoppen met dat hele zoekgedoe naar verlichting, dan is dat niet ‘jouw’ impuls. Het is het leven dat zich zó wenst te ontvouwen. Elke gedachte, hoe mooi of juist zó lelijk dat je hem liever wegstopt, is niet ‘ván jou’, het is de stem van de ene liefde. Elke dwingende behoefte om dingen die zich voordoen aan te pakken, eerlijker, liefdevoller te maken, is niet ‘jouw’ behoefte. Niets is ooit fout of ongewenst. Er is slechts het leven waarin de ene liefde van zich wil laten horen. En uiteraard neemt het leven alles voor lief, want zij herkent zichzelf als jou en al haar andere uitingsvormen.
Daarom ook is zij zo ruimhartig dat zij elke gedachte en handeling accepteert die doet alsof er iets buiten haar eenheid bestaat en die meent dat er wat te bevechten valt.

En als we dan zien wat de waarheid is die voorafgaat aan wat we denken te zijn, dan glimt en glanst de dansende pracht van stilte ín ons zien. Dan is zien gelijk aan wat er direct is. Niet langer een indirecte activiteit via het filter van het denken. Wat er nu direct is laat elke opvatting over wat het leven geacht wordt te zijn, de hoogste wetenschappelijke kennis, de meest diepgravende mystieke visies verbleken, nee, transparant worden en oplossen in aanwezigheid. Want het is dit moment dat hen terugneemt in de schoot van de onmiddellijkheid, dat hen uit het tijdgebonden, omkaderde, mentale domein haalt. Dit moment haalt het menselijke vermogen om wetenschappelijke kwaliteit, filosofische bespiegelingen, religieuze inzichten en creatieve hoogstandjes te produceren uit het gebied van waardering, waarheid en al dan niet aanvaarding. Dit moment biedt het leven weer de onbegrensde ruimtelijke openheid, die geen betekenisgeving en derhalve geen interpretaties en normering kent. Dit moment behoeft niets anders dan wat er rechtstreeks nu is, precies zoals het zich aandient. Dit moment is het groene rupsje dat loopt door zijn achterlijf omhoog te brengen en tegen het voorlijf te duwen, om vervolgens het voorlijf van het achterlijf weg te laten lopen. Dit moment is het horen van de nek die zich beklaagt over het feit dat hij al wel erg lang in dezelfde houding zit. Dit moment is de onbedwingbare kus die op het voorhoofd van een stralende baby, met blauwe hemelse ogen, gedrukt moet worden. Dit moment is de afwezigheid van denken en commentaarstem, van mening en houvast, van bezit en ervaring. Dit moment is ontbloot van elke zin en betekenis, ontdaan van elk feit, zelfs van eerder veronderstelde kennis die zegt dat er zoiets bestaat als ‘dit moment’.

Alles blijkt nu geheel spontaan te gebeuren. Bruiloften, oorlogen, hoofdpijn, fietsen in de zon, het geloof een individu te zijn, koude handen. Alles verschijnt nu in de roerloze ruimte van dit moment en niets verlaat deze ruimte, hoe dat alles zich ook schijnbaar in de tijd uitstrekt en vorm en inhoud krijgt. Alles geeft zich per direct aan de open armen van het leven. Alles mag er zijn zoals het verschijnt, omdat alles het leven is. Luister nog maar eens en zie wat er nu is: gewoon dit onnavolgbare wonder van stilte dat voor zichzelf spreekt, van doen wat er al plaatsvindt, omdat dat altijd het enige is dat er gebeurt, van keuzevrij zijn omdat er geen jij is die een keuze heeft, van vrijheid zijn omdat er niemand is die een kant op kan. Kun je het horen ? Het klinkt als een verzadigde leegte die je niet thuis kunt brengen. Dat is je thuis. Dat is de plaats waarin alles zichzelf oplost.

Ware aanvaarding is aanvaarding die niet weet dat het aanvaarding is. Je hoeft niks te ondernemen, dat wil zeggen niets te doen en niets te laten. Je hoeft niet te leren accepteren wat er nu is. Je bent wat er nu is, hetzij een regenbui, een windvlaag of een zonnestraal. Je kunt zelfs niet aanvaarden hoe je je voelt en wat je denkt. Je bent dit voelen. Je bent deze gedachte. Je bent het deinende leven en je spreidt je alomtegenwoordig en moeiteloos aanvaardend zo uit, zoals je nu doet. En je trekt je wederom geheel terug in je eigen luisterende openheid, altijd zwijgend gereed om jezelf weer te tonen als het hart van elk verschijnen. Dit is het volle leven. Maar het is niet van jou, het is wat je bent, dit zwoegende miertje dat onvermoeibaar haar weg omhoog en weer omlaag door de boom vindt, deze zeurende gedachte die blijft knagen aan een onverteerbaar verklaarde situatie. Het leven is altijd verliefd op zichzelf, juist omdat het niet het onderscheid kent tussen wel accepteren en niet accepteren. Daarom valt precies in dit moment het ‘worden’ stil en is er de luchtige gloed van opwindend aanwezig zijn, de alles verzengende grondtoon van de ene liefde.

December 2014.

Foto's