Een verklaring van liefde


Wat dit lichaam ook doet, ik dank hem voor zijn uitingen. Een gebaar, uitroep, zucht, oogopslag, gezichtsuitdrukking, hongergevoel, spierkramp, stijve rug, zenuwtrekje, zweetdruppels, boze blik, houding van wanhoop of juist van opperste blijheid, een snee in mijn vinger, aambeien, rimpels. Ik heb het lief, dank het voor haar aanwezigheid, zie het verheugd aan, ontvang het als een magnifiek presentje.

En dan die gedachten ! Ik heb het over elke gedachte die zich aandient, over zo'n irritant, almaar terugkerend ding, maar ook over zomaar een ingeving én over iets dat vaag en ongrijpbaar is of juist overduidelijk, over een dwingende innerlijke stem of een subtiele, fluisterzachte uitnodiging. Mooi of lelijk, oordelend of niet, angstig, vol verlangen, vredelievend, racistisch, afkeurend, kwaadaardig, harmonisch. Ik omarm al deze gedachten, heet hen welkom, zonder voorbehoud. Gedachten over mijzelf, over jou, over die cultuur of dat hele volk, over iets wat lang geleden is gebeurd, over waar ik nu van baal of over iets wat ik verwacht. Ik heb hen lief, ben elk van hen dankbaar tot in het oneindige. Ik kus elke gedachte, elke inval, elke intuïtieve boreling.

En dan die gevoelens, die stemmingen, die onbestemde of juist kristalheldere gevoelens, die meer of minder emotionele erupties ! Of ze nou gelijk opkomen met een gedachte, er het gevolg van zijn of juist de opmaat zijn voor een gedachte of hele serie verhalen, ze zijn een superfenomeen. Neem nou gevoelens van verontwaardiging, hoe men toch zóiets kan doen, hoe het toch mogelijk is dat zij dit wat ik vertel gewoon als onzin afdoet, of gevoelens van minderwaardigheid, hoe ik kan denken dit of dat niet waard te zijn, gevoelens van angst, tekortschieten, iets verkeerds gezegd te hebben, het gevoel dom over te komen of egoïstisch, niet slagvaardig of juist te drammerig. Ik omhels hen allemaal, het zijn mijn geliefden, ze zijn mijn eigen schaduw, het zijn mijn volmaakte kinderen, mijn vormpjes, kleuringen, geurvlaggen, uitwasemingen, ruimtevullingen, creatieve verbeeldingen, wonderbaarlijke schijnsels, mijn handtekening.

En dan heb je nog mijn onhandig gestruikel over mijn eigen woorden, mijn oordelen over jou, mijn gestuntel in nieuwe situaties, mijn gebrek aan smeuïge voorbeelden, mijn kritische geest, ontoereikende woordenschat, bezitterigheid waar het mijn auto betreft, niet altijd voldoende empathisch vermogen, niet zo vloeiend insteken aan de linkerkant van de weg, die enkels die zo snel verzwikken, mijn aandrang anderen bij hardlopen voorbij te gaan, mijn zinloze ijdelheid, de ongevraagde adviezen die ik geef en mijn ongebreidelde snoeplust. En heus, ik houd van deze schitterende schepselen die zich zonder schaamte op juist dié momenten openbaren.

En dan die klunzige pogingen mijzelf te rechtvaardigen, mijn gedrag goed te praten, iets buiten mij de schuld te geven. En ook daar houd ik weer van, onvoorwaardelijk, grenzeloos, zonder terughoudendheid of twijfel, net zoals ik hou van mijn vriendelijkheid, luisterend oor, gulle hand, van mijn begrip voor elk zogenaamd ontspoord of fout gedrag van anderen, van mijn jubelende binnenkant, van al die liedjes die mijn hoofd zo gezellig vullen, van mijn blijheid die soms fluisterend, dan weer gillend haar aanwezigheid kenbaar maakt, van mijn hartstochtelijk genieten, van mijn gevoelens van liefde voor ieder mens waar ik naar kijk, van die stilte die hier zijn intrek heeft genomen, van de openheid voor alles wat ik niet ken of begrijp, van de ruimte die er is om alles dat erom vraagt de ruimte te geven, van de vrijheid om niet te hoeven weten, niet voorbereid te hoeven zijn, slechts te genieten van wat zich nu voordoet, van de vrijheid om niet vrij te hoeven zijn, van de openheid en ruimte om niet open en ruimhartig te hoeven zijn.

Ik hou van dit alles als het mooiste dat ooit gegeven is en ooit gegeven kan worden, als de meest perfecte uitdrukking van goddelijkheid, als de meest directe vorm die levende eenheid aan kan nemen.

Maar hoe zou het ook anders kunnen ? Ik bezit dit alles niet, ik bén dit alles. Ik ben het gegeven van dit moment. Ik ben mijn eigen geschenk. Ik ben dit wat is, wat het ook is.

Ik kan niet niét van mijzelf houden. Er is niks buiten mijzelf. Er is dus niks te halen. Er is ook niets dat ik kwijt moet raken. Daar is ook geen plaats voor. Niets hoeft anders of kàn zelfs anders. Alles is een godsgeschenk, een genadige dans. Ik ben deze liefdevolle omarming van mijn eigen beeldenspel.

Foto's