Verlangen naar afwezigheid.


Juni 2017.
Het is mij opgevallen dat als ik probeer stil te zijn, ik een hoofd vol onrust ben. Dat als ik nastreef afwezig te zijn, niet meer als persoon overal tussen te zitten, ik er met mijn gedenk meer tussenzit dan ooit. Dat als ik probeer onvoorwaardelijk liefdevol te zijn, ik al snel met mezelf in de clinch lig. Het lukt me namelijk niet ! Al die verleidelijke adviezen over hoe mijzelf te verbeteren, stiller, meer aanwezig, liefdevoller, toleranter, te 'maken' ten spijt, ik krijg het niet voor elkaar ! Toch niet voor lang in elk geval. En wat een rotgevoel levert me dat op.

Nu wordt het interessant wanneer, in plaats van achter materiële of spirituele doelen aan te gaan, ik mijzelf indringend aankijk en bevraag. Ik vraag mijzelf wie toch degene is die al die verlangens bezit. Is het antwoord pure woordloze stilte, dan herkent stilte zichzelf als iets dat er altijd is en stopt het vragen. Is het antwoord 'ik', dan kijk ik waaruit dit antwoord voortkomt of waarin het opkomt. En dan luister ik alleen maar. Mijn ervaring is dat uiteindelijk elke vraag die ik aan mijzelf stel, en in luisteren rond mag drijven, naar stille aanwezigheid voert.
De unieke levendigheid van de directe ervaring van dit moment wordt dan plotseling gezien. Als dit zien het stof van het dominante denken van zich afschudt en de hele ruimte begint te vullen, dan is het duidelijk dat waar ik echt naar verlang op elk moment hier al volledig aanwezig is. Dat ik ben wat er is en niet wat ik denk dat er is. Dat het denken als de ik-schepper er feitelijk helemaal niet is.

Maar zolang ik mijn kijken en vragen niet op mijzelf richt maar op buiten, blijf ik geloven dat het allemaal om mij draait. Wat een boeiende paradox. ‘Ik die van alles mis, ik die weet wat goed en fout is, ik die de wereld van zijn slechte elementen moet bevrijden.’ Daarom nodig ik je uit te zien dat het om zien gaat, niet om wat je doet of laat, voelt of denkt. Misschien zie je hoe het denken probeert vast te grijpen wat de zintuigen slechts strelend beroeren. Hoe denken ‘het verhaal van ik’ wil blijven scheppen. Hoe in de stilte van zien, het leven een zachte zinnelijke streling is van wat er passeert, een stilzwijgend zoenen van zichzelf, een omarmen van wat nooit zonder zijn omarming kan bestaan.

Schrik niet als je nu plotsklaps achteruit getrokken wordt, als je onrustige verlangen bij zijn nekvel wordt gegrepen en jij als totale rust en stilte achterblijft. Als jij en alle anderen om je heen op mysterieuze wijze tot één beeld samengesmolten en in deze intieme ruimtelijke stilte binnengeleid zijn. Als de gefantaseerde scheiding tussen Zijn en 'doen of je iets bent' wegvalt.

Ik heb het over Zijn dat jouw ware aard is, aan alles voorafgaat en het zien is van alles dat je kent en niet kent. Er is gewoon niks anders dan Zijn. Er is geen ik, dus niet een iemand die in welke gebeurtenis dan ook in kan grijpen. Zijn doet en laat. Zijn droomt de ik-droom. Zijn verlangt, stelt zichzelf vragen en luistert. Zijn doet zich voor áls elke ik, in elke vorm.

Houd je daarom niet met deze veronderstelde ik bezig. Verspil er geen energie meer aan. Kijk en luister net zolang tot je ziet dat er geen ik is om de ik te doorzien. Laat de gedachte die zo belangrijk voor je lijkt maar voorbij gaan, en rust als het stille zien dat je dan blijkt te zijn. Hier past weer de beginvraag met zijn twee mogelijke antwoorden: ‘wie is toch degene die zich niet met deze ik moet bezighouden, die moet kijken en luisteren ?’

Nu ik eindelijk weet stille aanwezigheid te zijn, heb ik mijzelf, en jou in dezelfde beweging, vrijgesteld om iets te doen aan het idee te kritisch te zijn, angstig, boos, hebzuchtig, jaloers, verlangend en noem maar op. Sta daarom vanaf nu toe dat je het toestaan bent van al die spontane expressies, net als van aardig zijn, helpend, inspirerend, geëngageerd, daadkrachtig enzovoort. Er is nooit iets anders nodig dan wat zich nu voordoet en ‘jij’ doet het niet. Het is juist het idee dat er een jij is die het in de hand heeft angstig of boos te zijn, dat het gevoel geeft een angstige of boze ik te zijn. Zien en luisteren kan door dit kip- en ei-verhaal heenprikken. Ook hier geldt de uitnodiging de vraag te stellen wie degene is die het toestaan toestaat. Kijk daarom steeds opnieuw naar hier, waar je je denken vermoedt en luister, tot Zijn zich herinnert de stille aanwezigheid te zijn in alles wat hij met zijn zintuigen registreert.

Laat de zware last vallen liefdevoller te moeten zijn, meer aanwezig, in het hier en nu, stil, mindful, met je pijn of eenzaamheid om te moeten leren gaan, mededogend en spiritueel te moeten zijn. Daar is allemaal niks mis mee, als het gebeurt gebeurt het. Maar zie dat je die begeerde zaken niet in bezit kunt nemen. Zij bestaan enkel in de vorm van een gedachte, net als de jij die hen wil bezitten. En elke gedachte, stemming, actie of verlangen, is al de verbeelding van Zijn, niet een hulpmiddel of belemmering om Zijn te gaan vinden.

Mijn leventje is niet de weg die ik ga om dichterbij de stille aanwezigheid van Zijn te komen, het is al Zijn en wordt al gedaan door Zijn. Niets hoeft daarom anders te zijn dan zoals het gaat. Zelfs het denken, dat blijft beweren dat er volop onvolmaaktheid bestaat, mag zijn denkbeeldige muren en verschillen, alle tegenstellingen en tweestrijd blijven bouwen en weer proberen af te breken. Ook dat is niks anders dan Zijn die zichzelf als die uitdrukking waarneemt.
Maar kijk ook niet raar op als je tijdens het doen van de afwas niet meer die ene persoon bent die de afwas doet, maar de onbegrensde stilte die zonder benoemen zijn handen in zijn water in zichzelf ziet bewegen.

Foto's