Van ik die zie naar het zien van ik.



Hoe voel ik me nu, ben ik ontspannen, wat vind ik hiervan, hoe moet ik hierop reageren, kom ik deskundig genoeg over ?
Ik ben voortdurend met mezelf bezig. Ik twijfel aan mezelf, zoek zekerheid, wil mezelf veranderen richting iets wat beter lijkt of fijner voelt. Het is onrust alom. Ik heb en zie geen duidelijke richting, geen duidelijk doel, er is gewoon onrust, zonder precies te weten wat er wél zou moeten zijn en hoe ik dat moet bereiken.

En dan verschijnt geheel spontaan de waarnemer in het spel. Nieuwe situatie ! Nu zie ik de activiteit van de geest zélf. Ik sta erbij en kijk ernaar. Hiermee verandert alles. Dat getwijfel en geknaag zit plotsklaps niet langer aan mij vastgeplakt. Ik zie het vóór mij verschijnen en haar buitelingetje buiten mij maken. Het heeft zich op de een of andere manier van mij losgemaakt. Ik mag nu toeschouwer zijn. Ik hoef niet mee te doen, word niet bij het spel betrokken.

Toch is het geen nieuwe vorm van afscheiding. Wat er gebeurt doet zich weliswaar buiten mij voor, maar is niet gescheiden van mij, vindt toch plaats in mij. In mijn open onbegrensdheid. En daarmee doen rust en stilte hun intrede.

De bewegingen van de geest, die hele denkdrukte, die zo op mijn stemming drukte, laat zich nu opeens zien in het zien. Zelfs 'mijn stemming' is losgemaakt van mij en een soort object geworden in mijn zien. Al die bewegingen krijgen een heel ander karakter, tonen nu hun ware aard. Zij zijn neutrale beelden geworden en verschijnen niet meer op de voorgrond, maar stil en betekenisloos in een diffuus soort achtergrond. Zij praten nu niet, dringen zich niet op, vertellen niet hun verhaal van onafhankelijkheid. Stilte omarmt nu hun verschijnen.

Stilte hangt nu als een alles overkoepelende aanwezigheid rondom elk beeld dat ik voor mij zie, aanraak of hoor. Het effect daarvan is dat een gedachte of een sensatie niet een los 'ding' wordt. Nee, het is ingepakte stilte, een omarmd beeld. Er ontstaat geen op zichzelf staande gebeurtenis, er komt niets los uit deze omvattende stilte.

De in vrede gewikkelde gedachten, die eerst op een échte werkelijkheid betrekking leken te hebben, verlaten deze onbegrensde stilte helemaal niet. Zij hebben ook op geen enkele manier invloed op deze stilte. Zij blijken een tandeloze, onschuldige energievorm te zijn.

Niets roept daarom om een actie als reactie op hun verschijnen. Daardoor ontstaat hier ook niet het gevoel van iemand die ergens iets van moet vinden of ergens iets mee meent te moeten doen. Ik ben het zien. Ik neem enkel de komende en gaande gedachten en andere beelden waar. En het zien van de opkomende gedachte is tegelijkertijd zijn verdwijnen. De emotie die zich aandient, de geur, het geluid of dit lichaamsbeeld dat nu wordt geregistreerd zijn feitelijk stiltebeelden en zij lossen ook direct weer op in mijn waarnemen, dat hier onbeweeglijk gevestigd is en tegelijkertijd de hele nu zichtbare ruimte is.

Waarom lossen die gedachten en gevoelens direct weer op, in plaats van zo te blijven knagen en dreinen zoals vroeger ? Omdat zij nu simpelweg in stilte ingepakte beelden blijken te zijn, feitelijk niks anders dan stilte zijn, hun ware aard is gezien dus hoeven zij niet weg of veranderd te worden. Zij krijgen juist voor het eerst de ruimte om zonder censuur te mogen bewegen.

Wat verschijnt wordt op geen enkele wijze ingeperkt. Er is niemand die iets wil van die gedachte of dat geluid. Welke gedachte of gevoel ook verschijnt het valt samen met het zien ervan. Wàt er ook verschijnt, het is tegelijkertijd het gewaarzijn ervan. Het is één en hetzelfde. 'Ik die buikpijn heb' is één gedachte, één beeld. Het is het directe gewaarzijn. Er treedt geen scheiding op. 'Ik' is de 'buikpijn' is het zien en doet zich als één stil beeld voor in het stille zien. Elk verschijnsel, elk beeld doet zich voor in het waarnemen en is waarnemen. Het is wat jij en ik zijn en er is dus niks mis mee, want het bestaat niet op zichzelf.

Het leven ziet er zomaar in een keer uit als een oneindige stilte vol van net zo stille geluiden, geuren, smaken, aanrakingen, gedachten en gevoelens van blijdschap of verdriet. Het is een dynamisch en tegelijk ongrijpbaar spel van spontaan verschijnen en onhoorbaar weer verdwijnen.

En de geest mag nu gewoon blijven doen wat zij wil. Haar activiteiten zijn nu onderdeel van mijn schouwende hier-zijn en niet langer iets vàn mij waar ik iets mee moet. Haar levendigheid wordt gezien en tast op geen enkele wijze de stille essentie van dit moment aan.

En nu de geest niet meer als lastig wordt ervaren en stil hoeft te vallen, blijkt zij vanzelf minder omwentelingen te maken. Gezien voor wat zij is voelt de geest zich kennelijk niet meer geroepen steeds weer een hele wereld met allerlei gebeurtenissen te scheppen. Waarachtig een hele nieuwe situatie, een wonderbaarlijke schoonheid !

Foto's