Vraag-antwoord

Geloof, hoop en liefde.

Geloof, hoop en liefde.

Vraag
"Ik dacht ineeens aan teksten uit de Bijbel over geloof, hoop en liefde. Kan je daar wat over zeggen? Want 'hoop' is toch het anders willen in de toekomst omdat het nu nog niet goed is? 'Geloof' is een denkbeeld maar het geloof in Eenheid toch ook? Alles is toch een geloof zolang het denken bezig is?

Ja precies, alles dat we kennen is een geloof. Zelfs deze uitspraak. En dat is juist wat voor het medium 'denken' ondenkbaar is: het is namelijk denken dat geloof creëert.
Geloven en denken is hetzelfde. Het denken gelooft niks, het ís geloven en als gevolg daarvan creëert hetzelfde denken hoop. En dan is 'echte, hemelse liefde op aarde' waarschijnlijk de ultieme hoop.
NIKS GELOVEN is de doodlopende weg voor het denken. Ga maar na: als er niks geloofd wordt is er niet langer het geloof dat wat er gezien en ervaren wordt door MIJ wordt gezien en ervaren. Ook is er dan niet langer het geloof dat wat er gedacht en gevoeld wordt betekenis heeft of een eigenstandige waarheid vertegenwoordigt.
NIKS DENKEN is het einde van ieder geloof. Ook van het geloof dat er zoiets bestaat als geloof (in iets), hoop (op iets), liefde (voor iets). Geen denken is ook het einde in het geloof dat er zoiets zou bestaan als Eenheid.

Het probleem is alleen dat het 'ikje' NIET NIKS KÁN GELOVEN en NIET NIKS KÁN DENKEN. Het 'ikje' bevindt zich namelijk al ín het verhaal van het denken, is het geloof dat het denken zélf maakt en dus zélf gelooft. Geloven, denken en 'ík' is dus ook hetzelfde. De 'ik' kán dus ook niet iets anders geloven of denken, want het is zélf een geloof of gedachte.
Een gesloten mentale cirkel dus, zonder iets dat uít die cirkel kan stappen. Maar zie: 'mentaal' is niks anders dan een luchtbeweging, het verschijnen van een eindige gedachte in de oneindige ruimte van ZIJN, dus niks tastbaars. Niks aanwijsbaars of bewijsbaars.

Maar geloof deze woorden maar niet... niets van wat wordt uitgedrukt is waar ! Geen enkele uitdrukking is méér dan ZIJN die even zucht. Maar de zucht komt niet lós van ZIJN. Er zal nooit een volwaardige, op zichzelf staande zucht bestaan. Een zucht is enkel ZIJN DIE ZUCHT... EN DAT IS EEN. Maar geen eenheid, want dat veronderstelt dat er ook tweeheid of veelheid zou bestaan, en dat is weer een geloof. 'EEN' betekent: niet ontstaan als iets, niet losgekomen van iets en niet opgelost als iets.

Maar is er dan niks ? Is dit een verhaal over nihilisme ? Nee ! Dat er niks is of juist wel iets is, is een geloof, dus een gedachte... een beeld dat nu verschijnt.
Is dit wat er nu plaatsvindt (angst, verdriet, emoties, verwarring, blijheid) dan niks ? Nee, het is ook gewoon een beeld dat nu spontaan verschijnt. Het beeld neemt DE VORM aan van een gedachte en/of een gevoel.
Als denken in het spel komt is er gelijk een 'ik' en bijvoorbeeld 'angst' en dat lijken TWEE aparte dingen te zijn, waarvan de 'ik' het ingrijpende ding is. 'Mijn wereld' met daarin geloof, hoop en liefde als thema's is geboren. Hoe dit uitpakt noemen we 'mijn levensverhaal'.
De vraag zou kunnen zijn wat gebeurt er met de gedachte of het gevoel als er nu direct GEEN DENKEN en dus GEEN GELOVEN plaatsvindt ?
Dan kan er nu geen antwoord gegeven worden en valt de vraag weg en daarmee de 'ik'. Dan blijkt 'geloven' en 'denken' NIKS te zijn, dat zich ÁLS SCHIJNBAAR IETS ('ik en mijn wereld') lijkt voor te doen. En dat kan ALLES zijn. Want ZIJN is alles.
Wat er wél is VAN MOMENT TOT MOMENT in dit tijdloze eeuwige is LIEFDE. Niet de door het denken gecreëerde liefde waar wij als schijnbare IETSEN naar zoeken en uitdrukking aan willen geven, niet de woorden die de bijbel of welk heilig geschrift ook bezigt...
Wat er wél is is DE ENE LIEFDE die elke verwoording te boven gaat. De liefde waar die heilige boeken naar VERWIJZEN. Maar door het denken kan die verwijzing enkel opgevat worden IN DE TIJD en is het dus ALSOF wat er nu is NOG NIET de ALOMVATTENDE LIEFDE is ! Wat er al volledig is is LIEFDE die geen hoop, geloof en liefde nodig heeft.
Het is juist het geloof in die gewenste zaken die het RECHTSTREEKSE BELEVEN ERVAN onmogelijk maakt. Het BELEVEN van LIEFDE is LIEFDE ZIJN !

Maar niet getreurd: aangezien ALLES nu tóch al die ENE LIEFDE is kan er nooit iets mis zijn, kun 'jij' niks verkeerd doen, kun 'jij' niet tekortschieten ! Elk beeld dat nu simpelweg verschijnt, in welke gedachte- of gevoelsvorm dan ook, doet zich voor IN de totaliteit van de ENE LIEFDE en ÍS de ENE LIEFDE in haar totaliteit. Iets anders is er niet.
Ook vragen naar hoe het dan moet met het betalen van de huur als... is niet iets dat 'jij' doet of beantwoordt hoeft te krijgen, want er is geen 'jij' die BUITEN DE TOTALITEIT staat en deze kan beïnvloeden of sturen. De 'jij' is een beeld dat zich ÍN DE TOTALITEIT voordoet. Elke actie, elke vraag, elke emotie IS AL de totaliteit die de naam LIEFDE draagt. En LIEFDE is levende volmaaktheid, levende perfectie, voorbíj het perfecte ('ik kan met gemak de huur betalen') en het imperfecte ('ik kan de huur niet meer betalen en dus...). LIEFDE is wat plaatsvindt in elke moment, volkomen automatisch, zonder iemands aanwezigheid of inspanning en is voorbíj 'iets doen' en 'niets doen'.

Rust nu in de armen van de LIEFDE... dan is het duidelijk dat er altijd alleen maar LIEFDE is en er nooit een iemand is die liefde ondervindt of nodig heeft. Wat IK BEN is LIEFDE. LIEFDE is HOE IK van moment tot moment BEN.
LIEFDE ÍS. Het is wat JIJ BENT... maar nooit kent.

Lees meer

Heb jij het in de hand ?

Heb jij het in de hand ?

Vraag
"Ik hoor je zeggen dat praten over en niet praten over hetzelfde is (maar niet in mijn ervaring) en dat ik niet in de hand heb wat er gebeurt, dat het slechts nu gedachten zijn die opkomen. Door al die stress van mijn actieve geest merk ik ook dat pijntjes in kaken etc. weer opspelen en ik daar dan weer bang voor word."

Antwoord
Denken vindt plaats ín Gewaarzijn, ín ZIJN dat zich gewaar is van alles. Elke intellectuele activiteit doet er zich in voor. Zowel praten is een activiteit van ZIJN, als niet praten. Dus zij zijn beiden ZIJN. en ZIJN IS DE STILLE LEEGTE VAN DIT MOMENT.
ZIJN spreekt vanuit denken... óf vanuit stilte. Als ZIJN zich kenbaar maakt via de mentale wereld van het denken dan maakt hij DINGEN (dat is 1) van wat zich voordoet VOOR EEN MIJ (en dat maakt 2). Dan is praten een 'ding' of gebeurtenis en 'ik' de uitvoerder of kenner ervan. Dan krijgt DE INHOUD van wat er wordt gezegd een schijnbaar eigen dynamiek en lijkt waarde en belang te hebben... voor de net zo SCHIJNBARE IK. Dit is de DROOM VAN AFGESCHEIDENHEID.
Die namaak-persoon leeft in de namaak-wereld en dat is er een van zoeken op grond van afwijzen: 'dat wil ik wel, maar dit niet !' Dus pijn. En in die fantasiewereld LIJK JIJ IN DE HAND TE HEBBEN WAT ER GEBEURT... terwijl de 'jij' een gedachte is die gebeurt.
Dus 'jij' kunt niet vaststellen dat iets een gedachte is, omdat 'jij' zelf enkel een gedachte bent. De 'jij' is zelf DE INHOUD VAN GEWAARZIJN. En dat is nooit een blijvend iets. Dus praten lijkt alleen van belang en richtinggevend als 'de droom van ik' speelt, als woorden inhoud, dus betekenis krijgen.
Verschuift ZIJN zijn aandacht naar stilte, dan blijkt ALLES er al te zijn en precies zo te zijn zoals het zich voordoet. Dan blijkt de 'jij die een actieve geest heeft' ZIJN zelf te zijn in de vorm van een gedachte. En het verschijnen van een GEDACHTE of van het IDEE van stress of van het GEVOEL van pijn in de kaken blijkt dan al voldoende, blijkt al volledig het ene gewaarzijn te zijn. Dan is het klaar, er blijkt niets te doen ! Doen gebeurt vanzelf, daar is geen ingrijpende 'ik' voor nodig.
Ondertussen is het van belang dat je werkelijk WEET dat jij niet de veroorzaker bent van stressvolle gedachten. Elke gedachte komt en gaat, daar is niets aan te doen. Gedachten zijn evenmin VAN jou als pijn en angst. Misschien geeft die wetenschap jou de rust om niet aan gedachten en gevoelens van pijn en angst te gaan sleutelen. Kijk ze eens recht in de ogen, luister naar wat ze vertellen, voel hoe pijn en angst werkelijk voelen. Vrees hen niet, want het is juist DAT wat hen een realiteit geeft; in werkelijkheid schijnbaar, voor het denken levensecht.
En wat doet zich nú voor ? En wat zie je als je niet vanuit verzet naar hen luistert ?

Lees meer

Gedachten of feiten ?

Gedachten of feiten ?

Vraag
"Sprak net G. en vertelde iets over P. en werd meteen weer emotioneel. Zij heeft het dan over de realiteit (de situatie) en dan ga ik dat ook weer geloven terwijl ik weet dat de enige realiteit de gedachte is die nu opkomt. Maar er zijn toch feiten? zoals huur niet meer kunnen betalen enzo? Ook al weer een gedachte?"

Antwoord
De 'ik die gelooft dat...' en de 'ik die weet...' illustreert de wijze waarop ZIJN het denken laat functioneren. Namelijk als iets dat tegenstellingen creëert (die er niet zijn ! Synoniem voor ZIJN is EENHEID) en die doet alsof de 'ik' de kenner is die BUITEN situaties en meningen staat, deze kent en die er meent iets óver te kunnen zeggen. G versus jij: is een door het denken verzonnen tweedeling. Er is noch een G, noch een jij. Die bestaan alleen als verhaal binnen de schijnbare wereld van het denken. Maar waar je toe uitgenodigd wordt is verder te kijken dan wat het denken dicteert. Kijk zelf maar: waar vind je die 'jij' ? Waarschijnlijk wijs je nu naar je lichaam. Maar dat wat we lichaam noemen is géén 'jij'. Het is een ding, maar enkel omdat het denken het verwoordt. Het denken maakt een DING van wat gezien wordt, van wat niet meer of minder dan EEN WAARNEMING is, EEN VERSCHIJNEND BEELD.
Een waarneming LIJKT slechts een SPECIFIEK DING omdát en zoláng een waarneming, met instemming van ZIJN, in de handen van het verwoordende, dingmakende en betekenisgevende DENKEN valt.

DENKEN vervult maw de sleutelrol in het hele toneelstuk dat we 'het bestaan' noemen. Iets BESTAAT enkel als er een GEDACHTE ÓVER DAT IETS verschijnt. Dat is wat we denken noemen. Dat 'iets' is NIETS als het RECHTSTREEKS wordt gezien, dwz zónder tussenkomst van een gedachte erover oftewel zónder dat er denken plaatsvindt.

De kans is groot dat je nu denkt dat je dit allemaal wel weet. Je hebt het immers al zo vaak gehoord. Maar dan illustreert dit gewoon opnieuw hoe ZIJN het denken laat functioneren. Denken doet namelijk steeds of hijzelf de 'ik' is. Maar ook de 'ik' is niet meer dan een mentale creatie, een bedenksel van het denken en kán helemaal niets ervaren, kennen of zien, want ís niet een ervaarder maar een gevoel, niet een kenner maar een gedachte, niet een ziener maar iets dat zélf gezien wordt... door DE ENE ERVAARDER, KENNER EN ZIENER, te weten ZIJN. En dat IS wat jij werkelijk bent !
Het denken zit gevangen in zijn eigen spel van scheppen van gedachten door gedachten. En menen daar iets aan te (kunnen) doen is gewoon ook weer een gedachte. En de ik die meent zich van denken te kunnen bedienen om zijn leven te verbeteren is ook gewoon weer een gedachte.

Maar door hierover NA TE GAAN DENKEN kan de waarheid hierover niet achterhaald worden ! Want alles dat de 'jij' doet bestaat al enkel IN het denken. Er moet dus een andere methode aan te pas komen om de waarheid te leren kennen. En dat is STILTE, of wat ik graag gebruik, STIL ZIEN of DIRECT GEWAARZIJN. Dat zijn geen nieuwe methoden en kunnen derhalve niet 'gedaan' worden. Maar zodra denken stopt... dient zich direct het STILLE ZIEN aan.

Denken is een 'ik' in het leven roepen die NIET kan zien, want enkel een gedachte. Afwezigheid van denken is afwezigheid van een gedachte en dus van een 'ik'.
Wie kan dan het stoppen van denken 'doen' of er zich van 'ontdoen' of wie kan het STILLE ZIEN, dat per definitie onpersoonlijk is, 'doen' ? Niemand ! ER IS NIEMAND ! ER IS ENKEL ZIJN. We hebben het over het ene gewaarzijn dat permanent aanwezig is en waarín denken al plaatsvindt. Je kunt er met denken niet komen, want je bent er al. Het doet zich er al ín voor. Als het gewaarzijn hiervan verschijnt is de vraag of er iemand is of niet, niet relevant meer.
Is er iemand die dan maar op deze verschuiving moet gaan wachten ? Nee, want ER IS ENKEL ZIJN en NIET EEN IEMAND en NIET EEN VERSCHUIVING, anders dan als verhaal. En dus is geen enkele verschuiving nodig of zelfs maar mogelijk ! Slechts het denken zelf kan een verschuiving wensen. Maar wat is er nú direct ? Wat is er vóórdat er denken en voelen plaatsvinden ?

Lees meer

Over doemdenken.

Over doemdenken.

Vraag
"Het gekke is dat als ik mijn zorgen opschrijf het nog meer waar wordt en dus ook als ik er over zou praten met andere mensen, want dan gaat het verhaal oh zo hard naar doemdenken, plus dat ik dan nog eens de interpretatie van anderen er bovenop krijg. Waar blijft dan die theorie dat het goed is om van je af te praten? En als ik niet praat zegt mijn zusje bv dat ik aan het ontkennen ben. Ik weet het niet meer."

Antwoord
Dingen opschrijven of verwoorden, dus in beide gevallen woorden geven aan wat zich woordloos aandient, dat IS het verhaal. Dat IS de fantasie, de droom. Jij vertelt geen verhaal, JIJ BENT HET VERHAAL. Het verhaal van ZIJN met als titel: ik ben Z. En alles wat echt lijkt is het verhaal in het verhaal 'ik ben Z'. Dus ook 'andere mensen'. Het verhaal (dat zich in jouw hoofd lijkt af te spelen) gaat niet naar doemdenken. Dat er doemdenken is IS HET VERHAAL. Net zoals 'totaal ervaren' en 'wakker worden' geen gebeurtenissen zijn die zich VOOR jou voordoen, maar slechts een gedroomde, dwz bedachte FANTASIE VAN ZIJN zijn.
Zij doen zich voor ÍN wat het enige is dat er is: DE ONEINDIGE RUIMTE VAN ZIJN, LIEFDEVOLLE TOTALITEIT. En feitelijk bestaat er geen 'totaal ervaren' en evenmin 'wakker worden'... er is enkel ZIJN, in al zijn vermommingen.
Praten en verwoorden is beide niets anders dan een fantasie creëren. En zolang het doorgaat, die innerlijke commentaarstem of het praten met anderen, zolang wordt er niet getwijfeld aan het gevoel een echte persoon te zijn. Een persoon die dingen ondergaat en slachtoffer is van acties van de wereld om haar of hem heen.
Je kunt het nu zelf vaststellen (meneer of mevrouw ZIJN)... wat is er nu direct, als er GEEN praten of verwoorden is ? Je Bent wat je nu direct niet KUNT benoemen: woordloze, niet toe te eigenen OPENHEID...Al je zorgen verschijnen en verdwijnen in de ZORGELOOSHEID die je NU al bent. En als praten en zorgen zich wél voordoen dan is dat ook helemaal oké, het is Zijn, dat wat je bent, in optima forma.

Lees meer

Leen. 11 maart 2015.

Leen. 11 maart 2015.


Beste Jop,

Wanneer alles volgens plan verlopen is ben je nu weer thuis na een heerlijk verblijf in Andalusië. Ik kan je dus mijn reactie op jouw mail van 6 Maart in een documentje toesturen. Op de eerste plaats overigens mijn hartelijke dank voor je uitgebreid antwoord op mijn bericht van enkele dagen eerder. Om te laten zien of ik er iets van begrepen heb dan hierna mijn reactie.
“Dank je wel Leen voor je mooie reactie. En ja, het was heerlijk in Andalusië én het is ook heerlijk om weer thuis te zijn.”

Er is enkel maar LEVEN. Van alles wat gebeurt is LEVEN de ontwerper, uitvoerder en regisseur. Het LEVEN dat zelf geen analyseerbare eigenschappen heeft manifesteert zich door middel van door haar geschapen triljarden vormen in het tijd-ruimte domein. Geen enkele vorm, waaronder de menselijke, beschikt over autonomie.
Leen is dus LEVEN en geen afgescheiden zelfstandig individu.
“Kort antwoord:
Ja precies, leven is alles dat er is en heeft daaróm geen analyseerbare eigenschappen omdat er niks búiten Leven is dat het kan analyseren. De poging dat te doen ís zelf Leven.
Leven is álles en manifesteert zich dus feitelijk niet. Zij kan zichzelf niet losmaken van zichzelf. Er is dus geen tijd of ruimte. Zij kan zichzelf niet in een bepaalde vorm modelleren. Er zijn dus geen ‘vormen’ en dáárom geen autonomie. ‘Autonomie’ kan alleen bestaan in relatie tot iets anders. Aangezien er enkel Leven is, alles één en hetzelfde is, bestaan er geen relaties en geen onderdelen. Er is dus geen Leen ! Alles dat gekend wordt is een illusie.”

“Wat langer antwoord:
Inderdaad álles is Leven, álles dat zich voordoet ís Leven. Omgekeerd gezegd: niets is niét Leven. Niets heeft zich losgemaakt van Leven. Alles dat iets anders dan Leven lijkt te zijn, líjkt iets te zijn, maar ís toch Leven. Hier ontstaat vaak onduidelijkheid. Er líjkt nl. een gemanifesteerde wereld te zijn en dat lijkt zich af te spelen ín het domein van tijd en ruimte ! Maar dat is slechts schijn. Het is niet zo dat er wél vormen zijn, maar dat deze niet over autonomie beschikken, nee er zijn geen op zichzelf staande vormen ! Tijd, ruimte, plaats, afstand, duur, omvang, oorzaak, gevolg zijn niets anders dan geabstraheerde, mentale creaties, die Leven nodig heeft om zijn schijnbare spel van tweeheid te spelen.
Er zijn geen vormen die zich hebben losgemaakt van Leven en zich ervan onderscheiden, ánders dan áls een gedachte die precies op dit ene tijdloze moment in het spel van Leven verschijnt... en het woord ‘verschijnen’ komt van ‘schijnen’, wat wil zeggen dat het zich als een eigen schijnsel líjkt voor te doen. Als naar een gedachte gezocht wordt blíjkt deze daarom ook niet te vinden ! Geen gedachte, dus geen vorm.

Wanneer Leven dus zijn spel van tweeheid gaat spelen, wordt er een schijnbare wereld van vormen geschapen. Het spel is het ‘in het leven roepen’ van een schijnbare vaststaande, blijvende, gefixeerde wereld. ‘Gefixeerd’, want vastgezet op een te lokaliseren plaats en op een tijdlijn. Maar ik moét natuurlijk zeggen: schíjnbaar gefixeerd. Want in werkelijkheid is niets ooit langer bestaand, langer blijvend dan de tijdloze flits die een gedachte is.

Op dit moment lijkt er alleen maar een menselijke vorm te zijn die nu met vingers op een toetsenbord blauwe letters laat ontstaan op een oplichtend scherm ! In de actualiteit van dit moment echter ís er helemaal niet iemand. Niet-iemand, niemand doet iets met vingers op een toetsenbord. De actualiteit ís dit moment en het blijkt het enige te zijn dat er is… ook al spreken we van waar wij op vakantie zijn geweest en wat we volgende keer leuk vinden en wat niet. Leven vindt plaats ín dit moment, het ís de actualiteit. En in dit moment kan het denken en dus het schijnbare individu niet komen. Daarom wordt wat nu plaatsvindt niet benoemd en daarom wordt er geen individu en geen gebeurtenis geboren ! Daarom is dit moment wat je werkelijk bent en het enige dat IS, DIT !

Het denken trekt wat er is, DIT, uit elkaar in tweeën, en ziet een ‘ik’ plus een activiteit dóór die ‘ik’. In werkelijkheid is dat één en hetzelfde. Wat wij kennen lijkt daarom slechts te gebeuren, zolang DIT niet gezien wordt, zolang niet gezien wordt waarín deze bewegende vingers en letters en scherm zich voordoen, zolang wat zich in alle eenvoud in dit moment voordoet door het denken in bezit wordt genomen. De alomvattende leegte van DIT wordt over het hoofd gezien, evenals het voortdurende registreren en dat alles enkel bestaat als ik-gedachte.
Wordt DIT wat nu rechtstreeks is wél gezien, dwz zónder tussenkomst van denkactiviteit (die het spel moet spelen een sausje van benoemen te gieten over wat zich voordoet), dán is er simpelweg dit wat gebeurt: eenvoudigweg bruisende levendigheid, zónder dat zich iéts daaruit losmaakt om iets bepaalds te worden, zonder een onderscheidend object te worden !
Maar er is niet een ‘jij’ die DIT wél of niet kan (gaan) zien, omdat er uitsluitend Leven is, dwz omdat ‘jij’ al álles bent !

Vanuit DIT, deze simpele actuele aanwezigheid, is de discussie óf er een wereld is, of vingers op een toetsenbord of een menselijke vorm, totaal niet relevant.
In de afwezigheid van DIT daarentegen, is er een schijnbare op zichzelf staande menselijke vorm, met naam en eigenschappen, een levensgeschiedenis en onzekere toekomst en is DIT juist niet relevant (want het wordt niet opgemerkt door denkactiviteit en kan niet tot een losstaande ‘vorm’ worden gereduceerd) en het wél of niét bestaan van een ‘ik’ en een ‘échte wereld’ juist van het opperste belang… Dááruit komen ook deze vragen voort. Deze vragen en dit willen begrijpen kunnen uit het spel vallen…maar nooit als gevolg van een actie door jou. Want jij bent al volledig het Leven, jezelf tonend als elke gedachte, gevoel, sensatie van elk schijnbare organisme.

Er zijn dus geen werkelijke vormen en er is dus géén Leen… ánders dan áls gedachte… die nú opkomt en in ditzelfde tijdloze nú verdwenen is. Een ‘gedachte’ is het Leven dat in een flits van geen-tijd doet alsóf het een vorm aanneemt. Wat ik al eens eerder heb gezegd: als deze gedachte simpelweg als een druppel in een fontein direct terugvalt in haar eigen bron, dan is er géén vorm ontstaan, dan is er niets blijvends gemaakt. Geen gedachte en daarom geen wereld. Terwijl, wanneer Leven het spel van tweeheid wil spelen, dan laat het via die gedachte een hele schijnbare wereld ontstaan, met schijnbare vormen en een schijnbare Leen, die meent in een lichaam te wonen en gedachten te bezitten… en die meent met behulp ván die gedachten zijn eigen bron te gaan vinden…

Maar er is alleen DIT wat is: Leven, zoals dat nú hoorbaar, voelbaar, zichtbaar is vóór niemand en dóór niemand en daarín doet zich het spel van Leven voor: niet-bestaande vormpjes die doen alsóf zij wél bestaan en die al dan niet roepen dat zij zich hebben bevrijd van identificatie…
Maar Leven, Bewustzijn, Zijn en haar inhoud zijn niet twéé, zij zijn ondeelbaar en gelijktijdig één en hetzelfde. Dát is de ware betekenis van advaita: niet-tweeheid. Er is het voortdurend registreren dóór Leven van zichzelf, als elke verschijnende en direct verdwijnende uitdrukking. Als we met elkaar praten of als de denkstem spreekt, dan is er de wereld van veelheid, vól met losse vormen, waarvan het gevoel er als ‘ik’ te zijn het blijvende fundament lijkt te zijn. Dat alles hoeft niet ontkend te worden. Maar wanneer DIT gezien wordt, wanneer dit simpele moment het tijdgebonden ik-denken doet verschrompelen, dan wordt de wereld van tijd en losse vormen niet meer serieus genomen. Alles krijgt de simpele kleur van dít moment: mooi, lelijk, blij, angstig… als een soort energie en er blijkt niet een ‘iemand’ te zijn die dergelijke sensaties pakt of aan een lichaam plakt.”

Jammer voor Leen is dat het LEVEN de gedachte in zijn organisme heeft laten ontstaan dat hij wèl een afgescheiden zelfstandige persoon is. Hij beseft als gevolg hiervan niet meer dat hij LEVEN is. Het verloren gaan van dat besef is ook een daad van het LEVEN.
“Hier zit het denken aan het stuurwiel van het Leven… hier speelt Leven het spel van tweeheid en lijken er vaste vormen te bestaan: Leen als afgescheiden zelfstandig persoon, Leven, organisme, gedachte. Hier worden eigenschappen toegekend aan iets dat alleen als aanname bestaat, nl. Leen die dingen kan beseffen.
Dat is hoe het spel gespeeld wordt, daar is dus niks mis mee. Maar waar we hier naar willen verwijzen is wat er IS vooráfgaand aan het spel van het denken. Sta mij toe dat ik daarom nog even kritisch doorga… en ik ben jou en dat is Leven zelf !
Leen bezit niet een organisme en ín dat organisme ontstaat niet een gedachte. Léven neemt de vluchtige vorm aan van een organisme en deze krijgt de naam Leen. Elk organisme, zoals elke vorm, is feitelijk niét een losgemaakt ding, maar een gedachte, dus een niet-ding, niet te traceren, want zónder substantie… namelijk dezelfde transparantie als álle Leven.
Maar Leven kan via het fixerende denken doen alsóf er solide, substantie-bezittende objecten zijn. Dat is precies het spel ! Het is niet echt ! De spelmaker, de verhalenverteller, dat zogenaamde denken, is al niks anders dan een opvolging van gedachten… en blijkt niet als object te bestaan.
En tegelijkertijd hoeft het spel en alles wat daarin lijkt te gebeuren niet afgewezen of ontkend te worden. Weet alleen dat jij het Zien zélf bent, Leven, het gewaarzijn van het spel en niet de schijnbaar losse vormpjes. Jij bent wat ziet dat het schijnbare vormpje Leen nu een tekstje zit te lezen en dat er gedachten verschijnen.

Er is niet Leven plus Leen, er is enkel Leven. Er is niet een organisme waarin een gedachte ontstaat, beiden ‘bestaan’ enkel áls gedachte. Voor het denken zien het Leven en Leen, een organisme en een gedachte, eruit als twee, maar als DIT zich toont, wordt alles herkend als onschuldig springende gedachte-wervelingen, die niets afdoen of toevoegen áán wat Leven is. Leven is niet iets dat ‘mij’ overkomt, Leven is voor niemand, omdat er niets anders is dan Leven. Er is dus geen Leen, laat staan een Leen die iets beseft ! In de stille openheid van precies dit moment is er geen denken meer, geen verdwaald zijn in de droom van tijd en ruimte. In dit moment zijn er slechts de aanwezige geluiden, voorstellingen, gedachten, sensaties, zónder een losse kenner daarvan. Leven zelf is het kennen van zichzelf als alles. Nergens iemand te vinden die dat kan weten.”

Het LEVEN heeft in de persoon Leen de gedachte gevormd die hem laat weten dat hij slechts figurant is in het spel van het BESTAAN en het verlangen in hem laten ontstaan om tot het besef van de werkelijkheid te komen.
“Ja, zo kan het ervaren worden, maar Leven scheidt geen losse persoon af. Dat is een aanname, die niet onderzocht is. Er wordt dus ook geen kennis of gedachte ín die aanname gevormd. De persoon Leen en de gedachte die hij heeft zijn géén twee verschillende dingen. Zij gaan geen dans van oorzaak en gevolg met elkaar aan. Er is geen Leen die een figurant is en er is geen figurant die een verlangen heeft…
Er is niets blijvends: geen personen, situaties, kennis, gedachten. Er is niemand die iets weet of bezit. Dat is allemaal wederom het spel. Dat is hoe we het ín het spel kunnen verwoorden, dat lijken de wetmatigheden van het spel. In de actualiteit, in precies wat er nu is, kan geen van deze aannames voortbestaan. Er is nu enkel en alleen de levendigheid van wat zich voordoet: zitten op een stoel, ademhalen, bewegende vingers of kijkende ogen. Al de rest is als ongrijpbaar vervlogen. Geen enkele aanname kan zich staande houden. Nergens is iets onderscheidends te vinden: geen persoon, geen gedachte, geen figurant, geen feitelijk gegeven.
Er ís al uitsluitend Bestaan, Leven, Werkelijkheid en dat is wat jij bent, dat is de Ik Ben. Dat heeft niets met een persoon te maken. En het verlangen tot het besef van de werkelijkheid te komen is niet van iemand, het is Leven denkende, Leven die zich voor minder dan even als gedachte uitdrukt !”

Zo goed als LEVEN dat besef aan de figurant Leen ontnomen heeft is LEVEN ook de enige die het weer kan herstellen. Wanneer dat niet gebeurt tijdens de deelname aan het spel gebeurt het in ieder geval bij het overlijden van het modem Leen. Met het verdwijnen van het modem verdwijnt ook de identificatie ermee en is de oorspronkelijke situatie van voor de geboorte van het modem hersteld.
“Leven geeft niks en ontneemt niks. Er IS alleen Leven. Er valt dus ook niks te herstellen. Jij bent nooit van huis weggegaan. Er IS alleen maar thuiszijn en dat is dít moment. Dit wat nu is ís je thuis. Er is nooit wat gebeurt. Er is slechts het spel dat verhalen verteld dat er losse vormpjes zijn die mensen heten en die weggegaan zijn bij de bron en daar weer naar terug proberen te keren. Maar deze woorden en alle gedachten óver deze woorden zijn zélf de bron. Er is nooit iets verloren geraakt. Er is ook niks terug te vinden, maar het idee dat er wat te vinden is kan spontaan wegvallen. Dán is de droom van het spel met al zijn verhalen doorzien en blijkt er nooit iets losgekomen te zijn van de bron, van Leven…
Maar Leven is uit haar aard óók het idee of het gevoel dat er een ‘ik’ is en dat die nog tot een of ander besef moet komen. Het is allemaal zo onschuldig zodra een gedachte herkent wordt voor wat het is. Leven kan zichzelf op elk moment áls elke gedachte plus haar wereldscheppende inhoud herkennen, in elk schijnbaar personage in het spel. Uiteraard heeft dat niets te maken met wat dat schijnbare personage (die gedachte dus !) denkt, doet, voelt of laat ! Leven gaat zichzelf in zijn spel herkennen, niet een ‘ikje’ ! Leven gaat zien dat er nooit losse ‘ikjes’ hebben bestaan !
De oorspronkelijke situatie is nooit aangetast of gewijzigd. Die gedachte, die toevoeging is de illusie die het spel voort laat gaan, totdat het Leven zichzelf in DIT en elk moment herkend. Gewoon in wat er nú al is, niks magisch, niks groots of buitengewoons… gewoon deze buikpijn, de muziek die klinkt, smaak van koffie… Je bént al thuis, al 100% Leven, al elk schijnbare vormpje.”

Met de gedachte dit doorlopend te beseffen moedigt het LEVEN de illusoire persoon aan de moed niet op te geven.
“Precies: de illusoire persoon ! Maar iets wat een illusie is hoeft en kán niets beseffen en evenmin wel of niet de moed opgeven !
Ook Leven kán niks beseffen en hoeft ook niks te beseffen. Leven IS. Zonder kenmerken. Leven herkent zichzelf als Leven zelf, of niet. Maar aangezien er niets of niemand buiten Leven staat of iets anders dan Leven IS, maakt het dus niet uit of iets wél of niet doorlopend beseft wordt of herkend wordt. Speelt Leven het spel van identificatie dan zal het middels denkactiviteit doen alsóf Leven nog gevonden moet worden. Het is een lief en totaal onschuldig spel en het wordt niet met échte personen gespeeld ! Net zoals je in Monopoly ook niet écht met huizen en hotels bezig bent. Het spel is doen alsóf. Het Leven is doen alsóf. Jij bent nu al het Leven, al dan niet de gedachte gelovend dat je geïdentificeerd bent.

De kortste samenvatting zou kunnen luiden dat wat er nú is altijd het enige is en dat dat Leven is, die zijn spel speelt. Nu doet Leven zich voor als een schijnbaar organisme met de naam Jop die woordjes maakt en tegelijkertijd als een schijnbaar organisme met de naam Leen die woordjes leest: het is Leven zónder meer ! Er is zitten, kijken, lezen, misschien blij zijn, misschien gefrustreerd zijn, maar niet iémand die dat doet, bezit of zelfs maar weet. Er is gewoon een reagerend organisme, zónder stuurman erin. En in de stilte van dit moment is het duidelijk dat ook dat reagerend organisme niets meer is dan een gedachte, dus net als alles lege stilte is !”

Hartelijke groet van Leen.

Hartelijke groeten terug van Jop.

Lees meer

Leen. 12 januari 2015

Leen. 12 januari 2015

Beste Leen,
Ja, enkel Zijn is werkelijkheid. En de betekenis daarvan is dat alles Zijn ís. Als er een mensheid is, is dat Zijn. Als er sprake is van bewustzijnsbeperking ís dat Zijn. Als er de idee is dat die mensheid in bewustzijnsbeperking leeft is dat Zijn. Als er nu schrijven is of lezen is dat Zijn. Elk idee dat nu verschijnt is Zijn. Als er het gevoel is dat ik hier zit te schrijven is dat Zijn, dat wil zeggen: er is niet een ik die schrijft en die weet dat het in werkelijkheid een activiteit van Zijn is. Er is geen ik. Op dezelfde manier is er ook geen mensheid en dus ook geen mensheid die wel of niet in een bewustzijnsbeperking leeft. Dat lijkt er alleen te zijn, als er het geloof is een ‘ik’ te zijn.
Als het leven wordt herkend als droom, als een beeldengalerij, steeds verschijnend in een andere configuratie, als duidelijk is dat er slechts één voorstelling is die nu verschijnt en dat dit beeld telkens uniek is, opkomt en weer verdwijnt, dat het niets anders is dan een opspattend golfje… dan blijken alle beelden die zich aandienen neutraal te zijn en van niemand. En dan gaan zij ook niet meer over een bestaande werkelijkheid, zoals ook de droom waar je ’s ochtends uit ontwaakt geen werkelijkheidswaarde meer heeft en waarvan je ook weet dat het nooit iets ‘echts’ is geweest.
Wat houdt de droom in stand, wat droomt dat een droom toch werkelijk is ? Enkel denkactiviteit. Alles wat iets is, is een gedachte. Alles wat echtheid krijgt toegekend is ‘echt’ gemaakt door een gedachte die geloofd werd. Het boterkuipje op tafel is een voorstelling, neutraal en zonder waarde en betekenis als er geen denken plaatsvindt, maar lijkt echt te zijn als en omdat het benoemd wordt. Benoemen is de ongemerkte activiteit van het denken. Je ziet niet dat dat plaatsvindt en staat er dus ook niet bij stil. Je kunt ook niet zien dat het denken het leven creëert door voortdurend alles te benoemen, want de idee dat ‘ik’ dat weet of zie is zelf al een creatie van diezelfde denkactiviteit. De ‘ik’ kan dus onmogelijk vaststellen of iets waar is of gedroomd.
Wanneer de stilte van Zijn de denkdrukte overstemt, blijkt Zijn het enige te zijn dat zich ‘voordoet’. En dan is direct helder dat alles nú al volledig Zijn is. En Zijn blijkt niet een ding te zijn dat besluiten neemt, niet een entiteit búiten het beeldvullende verschijnen nú… Zijn ís het beeld dat nu verschijnt, ook elk benoemde, elk verwoorde beeld. Zijn ís al en wordt zichtbaar als wat precies op dit moment te zien, te horen, te proeven, te ruiken en aan te raken is. En dat is dus inclusief het zien van gedachten en inclusief het zien van een gedachte die het gevoel of woordje ‘ik’ als inhoud heeft. Dus Zijn ís het verhaal dat nú verteld wordt.
Zijn kiest niet en neemt geen besluiten. Zijn staat geen losse onderdelen aan te sturen, want er is enkel éénheid, dus er zijn geen losse onderdelen. Er worden geen mensen en gedachten aangestuurd. Zijn is geen speler in dit spel en staat niet van buitenaf dit spel te dirigeren. Zijn ís het hele spel ! Zijn speelt geen losse mensheid die gelukkig is of lijdt, Zijn is gelukkig-zijn of lijden-zijn. Er is niet iets buiten Zijn, zoals een mensheid, de wereld, jij of ik, die dat ondergaat. Zijn grijpt niet in in het leven, in alles dat gebeurt, Zijn ís het leven, Zijn ís het hele gebeuren. En wat er gebeurt heeft geen aanleiding en het beweegt nergens naartoe. Zoals eb en vloed een simpel bewegen zijn, zonder doel, zonder reden, gewoon wat ís, gewoon 100% oceaan.
Dat betekent ook dat Zijn geen wensen heeft, want Zijn is álles. Alles kan niets te wensen hebben, want er kan niets anders verworven worden dan wat er al is. De mensheid die gelukkig is of lijdt is al alles op dit moment: een beeld dat verschijnt in Zijn en als Zijn. Als dat uitgroeit tot een verhaal over een mensheid die in een bepaalde toestand verkeert, dan is dat Zijn die zichzelf vorm wil geven middels een denkactiviteit. Maar het heeft geen waarde. Niets van wat benoemd wordt heeft meer of andere waarde dan wat het al is, namelijk Zijn. Een golfje dat dankzij een beweging van de oceaan iets hoger mag opspatten of zich bulderend als branding mag manifesteren is nog steeds gewoon oceaan. Een paar tellen later is er niks over. Het léék slechts even iets anders te zijn dan oceaan. Zo is het ook met elke gedachtegang, met elke benoeming, met elke overweging. Zo is het ook met de gedachte dat ‘ik’ echt besta. Ook elke ik-gedachte komt gewoon op in en als Zijn en verdwijnt er per direct weer in. Er ontstaat in werkelijkheid helemaal geen echt bestaande ‘ik’ en dus ook niet ‘mijn leven en overdenkingen’. De ‘ik’ is een overdenking van Zijn en tijdloos direct, niet te grijpen, niet terug te vinden.
Het schijnbare probleem ontstaat pas als de golf denkt dat hij los staat van de oceaan en anders is dan de andere golfjes, dat hij kan kiezen hoog of laag op te springen, mooiere schuim denkt te kunnen maken enz. Maar het is maar een schijnbaar probleem. Het is er enkel als ‘ik en mijn gedachten’ serieus genomen worden, dus als Zijn doet alsof het een ‘ik’ is, die meent zijn gedachten te kunnen kiezen en Zijn meent te kunnen gaan kennen. En dat alles is slechts een gedachte. Het bestaat enkel als idee. Er is benoemen of niet. Dat lijkt het draaipunt te zijn in het spel. Mét benoemen lijkt er iets te zijn, zónder benoemen is er Niets. Zijn is zowel het niet te kennen Niets (leegte, stilte, aanwezigheid) én Alles dat iets lijkt te zijn (mensheid, wereld, lijden, golfjes, ik). Maar niet ná elkaar, niet van elkaar gescheiden, maar ondeelbaar en simultaan. De beperking van elke denkactiviteit is dat het Niets en Alles niet kent, slechts ‘iets’, dingen en die zijn er niet echt, slechts als illusie. Maar… ook dát illusoire beeldenspel is de volmaaktheid van Zijn.
Zijn heeft geen wens, want het is onbegrensde en vervulde ruimte-zijn. Het is aanwezigheid in elke vorm, áls elk verschijnen. Het is heelheid, het voortdurend versmelten van haar spel van tegendelen goed-fout, harmonie-disharmonie. Zijn is ook zónder kenmerken, want zonder benoemen is het gewoon dat wat zich nu woordloos en onkenbaar voordoet. En wat zich voordoet kan ook een gedachte zijn over de mensheid. Maar waar het om gaat is te herinneren wat de ware aard is van alles, te zien dat de natuur van alles Zijn is. En dat Zijn verschijnt in de vorm van een beweging in gedachten en dat die gedachte twee kanten op kan vallen: terug in de stille bron van Zijn zónder een wereld van ‘ik’ en ‘anderen’ te hebben gecreëerd ófwel de andere kant op valt en (slechts voor even) uit mag groeien tot een droom van ‘ik in een wereld’ die eruit ziet als een schijnbaar keiharde en bewijsbare wereld met kenmerken, begrenzingen, persoonlijke keuzes en de illusie dat er een op zichzelf bestaande ‘ik’ bestaat en dat deze kan denken en het grote geheim van Zijn ooit kan bevatten… hé… dat is een lange zin… hé…kijk eens, hij is reeds verdwenen… hé…wauw, alleen de ruimte waarin die zin verscheen is nog over… gewoon stilte… geen vragen… niks ‘hier’ dat iets wil weten…
Gewoon enkel leegte, transparantie die overal doorheen laat kijken, openheid, een ruimte die niks verlangt, ontvankelijkheid voor alles dat wil verschijnen, een toestaan dat er een gedachte langskomt of een naar gevoel of een blij gevoel… het komt en gaat, heeft geen betekenis van zichzelf…
Een denkbeweging geeft het nu misschien betekenis, hecht er waarde aan, laat op dit moment een ‘ik-gevoel’ geboren worden, laat een gevoel verschijnen dat er iets mist, een idee opkomen van tekort op enigerlei wijze, de wens iets te willen ondernemen… Maar ondertussen: leegte omarmt dat alles, openheid staat het al toe, de ruimte geeft het alle ruimte die het nu even in wil nemen, ontvankelijkheid ziet het al zonder weerstand aan, aanwezigheid is zonder de geringste inspanning geheel vervuld van iedere gedachte en elk gevoel dat nu even langs wil komen… het is gewoon… wat nu is, er komen geen woorden op, … het is simpelweg, het ís… ís
Zijn neemt op elk moment, in stilte en volkomen automatisch, haar natuurlijke vorm aan van kalmte, vrede en stil waarnemen. Oceaan neemt op elk moment haar veelzijdige vorm van totaal vervulde heelheid en bruisend leven aan. En er is het weten dat dit wat nu is, alles is en dat er niets méér is. En het is het weten dat er geen enkele activiteit nodig is dan deze nú.

Tot zover, met hartelijke groeten voor jou en Ineke,
Jop.

Lees meer

Leen. 16 maart 2015

Leen. 16 maart 2015


Beste Jop,

Opnieuw bedankt voor je uitgebreid antwoord op mijn mail van 11 Maart.
Je slooft je uit om mij het besef van de werkelijkheid bij te brengen. Het
lukt maar steeds niet en maakt dat ik me suf prakkiseer waarom niet.
Uiteindelijk ben ik tot de volgende gedachte gekomen. “Het menselijk
organisme functioneerde lang, heel lang geleden puur op basis van gevoel.
In dat organisme was en is verstand aanwezig. Dat verstand stond
spontaan in dienst van het gevoel. Met de evolutie is het spontane,
gevoelsmatige en onbevangen functioneren van lieverlee overgenomen
door verstandelijke beredenering. Die ontwikkeling duurt tot op vandaag
nog steeds voort. Het resultaat er van heeft onze huidige maatschappij
opgeleverd. Het spontane gevoelsmatige functioneren is veranderd in
verstandelijk berekenend gedrag, gericht op materiële welvaart
in plaats van op geestelijk welzijn”. Terug van verstand naar gevoel dus.

Geen twee menselijke organismen zijn gelijk. Het ene is redelijk kort bij het
gevoel gebleven, het andere steunt volledig op het verstand. De mate
waarin gevoel en verstand zich verhouden zal denk ik bepalend zijn voor
terugkeer naar het besef van onze oorsprong.
Wat denk jij van deze beschouwing?

Hartelijke groet, Leen.

Ha Leen !
Dank voor je beschouwing.
Hier weer een reactie van mijn kant.

Het besef van de werkelijkheid is het besef dat er geen ándere werkelijkheid is dan deze die zich op dít moment voordoet. Het is wat de zintuigen nú registreren. En dat besef is niet het besef ván een persoon. En hetgeen de zintuigen registreren gebeurt evenmin dóór een persoon.

Er is geen Leen die bij het besef van de werkelijkheid kan komen… het ‘je suf prakkiseren’ ís al de werkelijkheid. Méér dan dat doet zich nu niet voor. Als er nu stilte is, is dát de werkelijkheid. Is er nu piekeren of een verlangen, dan is precies dát de werkelijkheid. Méér werkelijkheid bestaat niet, dan wat zich telkens op dit moment voordoet. En er ís geen Leen die invloed heeft op wat er gebeurt. Die zogenaamde leen ís wat er gebeurt, nl. een gedachte ín Eenheid, ín leegte.

Bovendien brengt geen enkel geprakkiseer en geen enkele gedachte ooit iets voort, noch heeft het enige invloed op wat al ís. De werkelijkheid is nu 100% prakkiseren of de werkelijkheid ís nu 100% gedachte. Er is geen ruimte voor méér. Er is geen tijd voor wat ánders.
Gedenk en gedachten kunnen de werkelijkheid nooit kennen, want zij zíjn de werkelijkheid. Als er nu, al is het maar voor één seconde, géén gedachte of denken plaatsvindt, dan is er direct wat er altijd al volledig is: de afwezigheid van een schijnbaar menselijk organisme, maar tevens de afwezigheid van ‘iets’ dat zich daar mee bezighoudt en naar antwoorden zoekt.

Omdat er ‘slechts’ dít is, is er ook geen tijd. Er is geen heel lang geleden, geen evolutie en geen ontwikkeling. Dat alles ‘bestaat’ enkel in de droom. En de droom is de schijnbare situatie waarin tijd en dus processen bestaan, waarin losse elementen, dus menselijke organismen zouden bestaan, waarin gevoel en verstand deel zouden uitmaken van die organismen. Alle zoeken naar antwoorden, elk gevoel een menselijk organisme te zijn, menen dat er een ‘jij’ is die beter of slechter af kan zijn, afhankelijk van de overheersing door gevoel of juist verstand… dat maakt allemaal déél uit van de droom. En de droom is enkel hypothetisch. Het is een fantoom.

De droom is een handvol aannames die beweren dat er iets bestaat dat búiten dit directe ervaren valt. Daarom is een droom illusoir, of op z’n minst, zo je wilt, net als de droom waaruit je ’s ochtends ontwaakt, totaal onbelangrijk en zelfs irrelevant voor dít wat zich nú laat zien, voelen, proeven enz. De enige realiteit ervan is dat het nú eventueel een gevoel of gedachte oproept. Zoiets als de kiespijn die je gisteren had en inmiddels is verdwenen. Het is niet méér dan een herinnering (een verhaal), maar helemaal niet meer de ervaring van dit moment.

Het spel van het denken (gespeeld door de ene goddelijke speler, die doet alsof hij een los persoontje is) is búiten de werkelijkheid van dit moment gaan wonen en doen alsof het tóch nog steeds de werkelijkheid is. Maar nee, als het denken zijn natuurlijke plaats van rust inneemt en haar (tweeheid en dus afscheiding-scheppende) inhoud niet langer bepalend is voor de kijk op wat zich nú voordoet, dan is het duidelijk dat het denken dit wat in alle eenvoud nú plaatsvindt nóóit kan leren kennen.
Denken is een reeks concepten, ideeën, conclusies gekoppeld aan de droomwereld van tijd, van een niet-bestaand verleden… en derhalve het meest ongeschikte instrument om überhaupt te kunnen kennen of begrijpen, laat staan dit tijdloze directe ervaren. Er blijkt geen werkelijkheid te zijn búiten het denken. Het denken is een beweging bínnen de werkelijkheid van dit moment. Het kan dít moment dus uiteraard nooit kennen of gaan beseffen !

Maar ook het ‘gegeven’ dat menselijke organismen kort bij het gevoel kunnen of zouden moeten blijven… is niet anders dan een concept, dus denkwerk ! En vanuit de stilte van het gewaarzijn van de permanente leegte (en dát is wat jij in werkelijkheid bent !) is het helder dat denkwerk altijd héén kijkt over de alles dragende leegte. In haar onwetendheid kan het denken niet anders dan onwerkelijkheden scheppen en niet-zien wat nu ís ! En het denken kan niet ‘wetend’ worden. Dat is de worst die zij zichzelf steeds weer voorhoudt.

Er zal nooit een terugkeer kunnen zijn naar het besef van onze oorsprong. Onze oorsprong was, is en zal altijd zijn de afheid van deze simpele aanwezigheid, van wat zich per direct voordoet. Jouw ware aard is de oorsprongloze Eenheid, Zijn, Leegte, waarín het hele spel van de schijnbare wereld zich op dít moment voordoet als het beeld dat of de gedachte die nu wordt geregistreerd.

Dus op dit moment is jouw ware aard al volledig wat hij altijd is, nl. wat er nú verschijnt: het horen van pratende mensen, wolken die voorbij trekken, gedachten die zich aandienen, een pijntje hier of daar. En er is nérgens een menselijk organisme met de naam Leen, die daar getuige van is. Er bestaat geen Leen, die de werkelijkheid kán leren kennen. De werkelijkheid kent de zogenaamde Leen. Leen gaat nooit terugkeren naar het besef van zijn oorsprong. Eenheid zélf speelt de gedachte een Leen te zijn en Eenheid is zelf al elk besef… er is nl. niks anders dan Eenheid. Nergens een losse Leen. Nergens een losse Jop. Er is niemand die ooit iets kan bereiken of ooit iets kan weten. Er is alléén Eenheid.
Er valt dus niks anders te doen dan er nú al gebeurt. En jij bent Eenheid, nu misschien als een gedachte, nu misschien als een gevoel van niet-begrijpen, nu misschien als stil in een stoel zitten… het is al klaar. Er valt niets te krijgen, eenvoudigweg omdat je alles al bént !

Hartelijke groeten van Jop.

Lees meer

Leen. 4 april 2015,

Leen. 4 april 2015,


De inhoud van wat je eerder stuurde sprak me al erg aan, maar wat ik nu van je gekregen heb is toch wel echt een topper. Alhoewel ik weet dat zoeken en mediteren niet bijdraagt om tot het besef van de werkelijkheid te komen voel ik me er toch goed bij.
“Bron schrijft een mooi verhaaltje en Bron zoekt en mediteert… tot het dat niet meer doet.”

De vraag in mijn mail hield in of het echt zo is dat de bron al de menselijke objecten in haar spel het gevoel geeft zelfstandig opererende personen te zijn die het spel inclusief alle ellende en hun uiteindelijke dood, die er deel van uitmaakt, voor echt aanzien.

“Als verhaal kan dat verschijnen. De uitnodiging van Bron kán zijn (maar het is niet nódig) te zien dat verhalen voor wáár houden maar één van de manieren is om naar de werkelijkheid te kijken.

Het zijn steeds weer de woorden die een werkelijkheid lijken te creëren…
Er is alleen maar Bron. Niet Bron plus 7 miljard zelfstandig opererende mensen met elk hun verhaal. Dat is alleen zo wanneer het verhaal in gedachten voor écht wordt aangezien, wanneer gedachten de exclusieve realiteit lijken te zijn. Slechts dán is er de niet-onderzochte aanname dat ‘hier’ een ‘ik’ is en ‘daar’ een ‘jij’ en dat er een denker in dit lichaam zit en in die zogenaamde andere lichamen. Dat is de droom van dualiteit.

Bron ís de menselijke objecten, ís het zwoegende miertje, ís de gedachte aan wat dan ook. Dit betekent dat Bron verschijnt áls het menselijk object, áls het zwoegende miertje, áls gedachte, wat wil zeggen dat er nooit en te nimmer een werkelijk bestaand menselijk organisme is, geen werkelijk bestaand miertje en zelfs geen werkelijk bestaande gedachte ! Er is ‘slechts’ een verschijnen nú ín Bron en áls Bron. Als het geluid van gedachten uitstaat krijgt niets een eigen naam en losgemaakte vorm.
Alles wat lijkt te bestaan líjkt slechts te bestaan, omdat de gedachte of het woord verward wordt met ;wat er verschijnt, met het rechtstreekse niet-te-kennen verschijnen. Het was en is en blijft Bron die in het spel van het denken doet alsóf het ís wat het woord lijkt aan te duiden.

Bron geeft dus geen objecten het gevoel personen te zijn die dingen menen te weten en te ervaren. Er is geen scheiding, geen tweeheid, niet meerdere objecten of personen. Elk gevoel, elk veronderstelde weten, elke gedachte ís Bron en groeit slechts schijnbaar, in de droomwereld die het denken schijnbaar schept, uit tot schijnbare personages die schijnbare visies en schijnbare problemen hebben.

Zie je, deze zin lijkt nu te verwijzen naar hoe ‘het spel van Bron’ functioneert… maar in werkelijkheid is er ook nu slechts wat er altijd is: het verschijnen en verdwijnen van een gedachte. Feitelijk wordt er nergens naar verwezen. Het verwijzen is zélf wat er nu plaatsvindt, áls gedachte. Er is nu dus enkel het verschijnen van een gedachte die hier verwoord wordt. In Bron is geen ruimte om te verwijzen, want er is enkel Bron. Bron is vol van Bron.

Woorden en gedachten scheppen feitelijk helemaal geen wereld en personen daarin… een woord en een gedachte kúnnen niks scheppen, kunnen nergens naar verwijzen, kunnen de realiteit niet beschrijven, want zij zijn slechts een woord en een gedachte, dus zélf wat er gebeurt, gewoon een verschijnen nú. Bron verwijst naar zichzelf !
Bron wordt er niet door beïnvloed, want alles ‘bestaat’ slechts als verhaal. En dat is weer Bron zélf. Als ik heb gedroomd over een vervaarlijke tijger die achter mij aanzit, ga ik als ik wakker wordt geen cursus hardlopen volgen. Was de droom écht ? Is niet interessant, want er is, zeker weten, enkel nu hier deze geluiden en beelden en gedachten ! De droom is Bron en bestaat slechts als verhaal. Niks gebeurt, niks te doen, niks te laten ! De wereld is er niet slechter of mooier op geworden. Angstgedachten of boze gedachten over hoe mensen zijn en hoe de wereld functioneert zijn op dezelfde manieren dromen. Want wat is er nú ?! Wat is er vóórdat het denken opstart en meent alles te weten en te kennen ?!

Er zijn ook geen 7 miljard mensen met elk hun eigen gedachten en sensaties. De gedachten en sensaties die nu verschijnen zijn de énige gedachten en sensaties. Het is Bron. Hier is niemand en er zijn geen ‘anderen’. Wat ervaren kan worden als de persoon ‘ik’ is niets anders dan het verschijnen van gedachten en sensaties. Wat gezien kan worden als ‘anderen’ is niets anders dan verschijnende beelden ín Bron, sámen met babbelende gedachten die een ‘echt iemand’ toedicht aan die beelden. Het enige dat er in werkelijkheid is, is het verschijnen en weer verdwijnen van neutrale, betekenisloze beelden ín Bron. En die beelden gaan een eigen leven leiden en dus de schijnwereld creëren, die voor het denken écht is óf die beelden worden níet uitsluitend door het filter van het denken geperst en er ontstaat géén ‘ik’ en géén wereld. In beide manieren waarop Bron zichzelf als spel wil uitdrukken zitten dus in werkelijkheid nérgens ‘echt’ bestaande mensen, die kennis, ervaringen, gedachten en sensaties bezitten ! Maar het kan zeker wél en zeer overtuigend zo líjken te zijn. Het spel lijkt niet op een achternamiddag bedacht te zijn.”

Jouw antwoord maakt duidelijk dat de bron dat inderdaad doet. Je zou hier uit kunnen concluderen dat de bron de door haarzelf geschapen droomfiguren blijkbaar niet zo belangrijk vindt. En die opvatting geldt dan niet alleen voor de bron maar ook voor de menselijke objecten die het spel hebben doorzien en zich niet langer met hun stoffelijk organisme vereenzelvigd voelen maar met de bron, het LEVEN.

“De Bron schept dus feitelijk geen droomfiguren, maar doet zich vóór als droomfiguren, tafels, handen, wolken en auto’s. Er wordt dus niks geschapen, dat is slechts ‘bij wijze van spreken’: als er spreken of denken is dan wordt er slechts op dát moment gesuggereerd dat die droomfiguren en auto’s er werkelijk zijn.
Spreken en gedachten suggereren tweeheid. En denken (aan elkaar gekoppelde gedachten) maakt alles ‘van mij’. Maar ook als dat spel van identificatie gespeeld wordt is en blijft Bron nog altijd alles dat er is! Alleen het spel van tweeheid suggereert dat dat níet zo is. Maar dat is dan ook net de aardigheid van het spel. Het is Bron die speelt niet-Bron te zijn.

Bron speelt zichzelf in alle droomvormen. En aangezien het allemaal Bron is maakt het Bron niet uit of dat verschijnend beeld ‘kuipje boter’ wordt genoemd of ‘krando’, rood is of geel, groot is of klein. En aangezien het allemaal Bron is maakt het Bron niet uit of ín dat spel dat droomidee ‘ik’ weet heeft van zijn droomstatus of niet. Aan een droom rommelen maakt niks uit, het blijft een droom, een niet-bestaande werkelijkheid, een illusie. En er staat niets en niemand búiten de droom om daar iets aan te veranderen. Niets kán dus anders zijn dan zoals het nu is. Elke gedachte en elk verhaal is daarom al de perfecte uitdrukking van Bron. Niets hoéft dus ook anders… maar dat kan Bron, als die het denkenspel van tweeheid speelt, niet horen, want dan luistert hij niet, maar denkt, dan ziet hij niet, maar benoemt, objectiveert, interpreteert en suggereert.

En tóch ként Bron niks anders dan zichzelf. Bron maakt daarom ook geen onderscheid, want er is niks anders dan haar eigen verschijnen, ongeacht de kleur, vorm, geur enz. van het verschijnen, benamingen die er pas zijn als het denken actief is. Voor Bron is daarom geen scheiding tussen wel en niet belangrijk. Alles IS.’

En aangezien er geen menselijke objecten zijn, anders dan als woord, als gedachte, kúnnen er ook geen menselijke objecten zijn die het spel hebben doorzien ! Er is niemand die ‘in werkelijkheid leeft’ ! Er is ook niet iemand die nog wel droomt en iemand die niet meer droomt. Er IS slechts Werkelijkheid, Bron. En er staat niets buiten Bron, dus hoe zou iets Bron of het spel van Bron kunnen doorzien. Dat zijn alles slechts verhalen in de geest. Zij hebben geen enkele waarde. Ze zijn als de droom.
En ‘vereenzelviging met jouw stoffelijk organisme’ is evenzeer gewoon een verhaal. Het vindt plaats ín Bron en is er de uitdrukking van, maar niets komt los van Bron om een eigen werkelijkheid te gaan vormen.
De veronderstelde ‘ik’ kan de Bron niet gaan vinden, niet door een langdurige zoektocht, meditatie, zelfonderzoek, zelfkwelling of wat ook… het zijn geen werkelijk bestaande ‘dingen’ of activiteiten, slechts gedachten, interessante dingen waar we leuke verhalen over kunnen vertellen… hoor maar: “

Het menselijk organisme degradeert in dat besef dan tot een instrument waarvan het functioneren niet geleefd maar in het grenzeloze bewustzijn beleefd wordt. Er is dan ook geen dood meer waar angst voor zou kunnen bestaan.

Het maakt me duidelijk dat jij die in werkelijkheid leeft, de inhoud van het spel niet meer zo serieus neemt en dientengevolge jouw beleving van wat er in de holocaust gebeurd is niet meer correspondeert met onze opvattingen daarover.

Jop, besef wel dat het voorgaande geschreven is door iemand die nog steeds droomt
maar denkt te weten tot welk besef hij zal komen wanneer hij ontwaakt.

“Er gaat dus niemand tot een besef komen. De wens iets specifieks te beseffen valt weg. Niemand gaat méér inzicht krijgen. Inzicht valt weg. Kennis en inzicht verliezen elke waarde en worden overbodig, net als iedere ervaring.
Niemand gaat ooit ontwaken, maar het spel van identificatie dat Bron speelt valt uit elkaar en wordt niet meer serieus genomen… door Bron zélf ! Dan blijkt er hier helemaal niemand te zijn. Maar dat hoeft helemaal niet te gebeuren, want nú al is er enkel Bron, ongeacht welke verhalen Bron in zichzelf op wil laten komen ! En Bron is al volledige Ontwaaktheid.

Er gaat dus niets gebeuren, er kán niets anders komen dan nu al komt, zomaar, gratis, in al haar gratie. Bron IS genade. Een zogenaamd persoon gaat nooit iets krijgen, maar is zélf al, als gedachte, als verhaal, het gegeven, genade zélf.

Maar als het spel van Bron voor echt wordt aangezien, dan is Bron zelf even de weg kwijt in zijn eigen spel en denkt Bron dit losse typje te zijn en denkt Bron een eigen leven te leiden, vol van keuzes en verantwoordelijkheden en denkt Bron misschien dood te gaan of persoonlijk pijn te kunnen leiden. Dan is dát eenvoudig wat er verschijnt. Is niks mis mee. Hoeft niet weg. Mogelijk wordt ertegen gevochten. Mogelijk ook niet. Bron die zich voordoet áls gedachten en sensaties, áls verhalen over van alles.

Tot Bron weer stilvalt. Tot er nú direct weer zwijgen is. Tot er nú meteen stil zien is hier, onbeweeglijk en onveranderlijk, waarín gedachten en lichamen en kleuren en geuren als totaal onschuldige beelden opdoemen en smelten in de warmte van het Ene schijnsel dat Bron is.
Woorden zijn prachtig mooi, gedachten zijn superonderhoudend… en volmaakt onschuldig. Ze máken geen werkelijkheid, ze verschijnen ín werkelijkheid, de werkelijkheid van Eenheid, die zichzelf kent als de Bron van alles.”

Wanneer de gedachte “te weten” correctie behoeft en dus het hele verhaal niet klopt dan hoor ik dat graag van je.

Groet van Leen.
Groeten terug. Jop.

Lees meer

Leen. 1 april 2015

Leen. 1 april 2015

Deze keer een praktische vraag die luidt:

Is het mogelijk dat een mens die leeft in
het besef van eenheid op een competitieve
manier kan deelnemen aan het op kapitalisme
gestoelde economische proces dat in de
wereld van afgescheidenheid centraal staat?

Ik heb de vraag al eerder gesteld m.b.t. het
functioneren van Frans van Houten CEO van
Philips. Jij zag daar toen geen probleem in

Toch kan ik me niet voorstellen dat een mens
die liefde-mededogen- eenheid en saamhorigheid
uitstraalt met succes kan deelnemen aan een proces
waar individualiteit, rivaliteit, egoïsme en hebzucht
centraal staan.
Ik ben benieuwd!

Hartelijke groet van Leen

Dag Leen, dat is weer een leuke vraag !

De vraag (die spreekt over afgescheidenheid) komt voort uit de dróóm van afgescheidenheid, dus uit het geloof dat gedragingen 1. door personen worden gedaan, 2. dat zij hun gedragingen kiezen en 3. dat die keuze beïnvloed wordt door het niet of juist wél herkende besef van eenheid.

De droom is het serieus nemen van het verhaal van losse mensen in een wereld van tegenstellingen, gevuld met zowel positieve als negatieve gedragingen. Deze droom wordt serieus genomen op basis van de overtuiging dat er een op zichzelf bestaande Leen bestaat, die is afgescheiden, dwz afgescheiden van wat zich op dit moment voordoet. Die gedroomde Leen zou functioneren búiten dit wat zich nu voordoet, want in staat zijn iets te vragen óver wat zich nu voordoet, namelijk gewoon een gedachte die opkomt, in de vorm van een vraag… De droom van tweeheid koppelt de zgn ‘ik’ altijd los van wat er gebeurt… terwijl de ‘ik’, Leen in dit geval simpelweg IS wat er gebeurt.

Anders gezegd: de vraag suggereert dat er nog iets anders is dan dit moment. En aangezien dat niét zo is bestaat dat geloof van afgescheidenheid en dus die wereld van tweeheid, met losse mensen plús hun activiteiten, uitsluitend als illusie. Het is een illusie oftewel een droom of een verhaal, dus bedenksel van de geest, omdát er altijd enkel dit ene moment is. Dit moment ís Eenheid zoals deze zich nu in en áls alle vormen en variëteiten laat zien: ademhaling, kleuren, kloppen van het hart, geuren, voorstellingen, bewegende vingers…, plus de vraag die zich nu voordoet en het gevoel er als Leen te zijn. Dat is dus de realiteit nu. Dat is precies wat op dit moment plaatsvindt. Méér is er niet ! …

… behalve voor het denken dat droomt dat er zoiets bestaat als de inhoud van gedachten: een ceo, kapitalisme, een wereld van afgescheidenheid enz. Alsóf dat allemaal bestaande, grijpbare en ‘ergens’ verblijvende dingen zijn, objecten, werelden. Maar in dit moment bestaan zij enkel als gedachte en buiten dit moment bestaat er niks.
Denken creëert dus de illusie van tijd, losse objecten, groei, moraal en dergelijke en houdt deze in stand door het stellen van vragen, cq door te willen weten en begrijpen. De schijnwerkelijkheid van het denken lijkt dit moment, dat bestaat zonder woorden en zonder jij en ik, af te dekken. Van wat er simpelweg is maakt het een vraagstuk.
Het denken is dus de zoekende instantie die afwijst wat er nu is, denkt dat er méér is dan dit nu en creëert een ‘ik’ die de opdracht krijgt dat veronderstelde betere, rijkere, gezonder of spiritueler leven voor ‘mij’ te gaan realiseren.

Maar het wonderschone van het Leven is dat, hoe Eenheid zichzelf ook laat zien, het nu allemaal alweer is opgelost, verdampt, verdwenen zónder dat er iets van overgebleven is. Buiten dit wat zich nu direct onkenbaar en in totale stilte voordoet is er niks: geen Leen, geen Frans van Houten, geen economisch proces enz. De vraagsteller én dat waar de vraag naar verwijst (haar inhoud) zijn dus beiden de droom. In dit moment lossen zij beiden op. Buiten dit moment (wat een droom is) worden zij beiden door het denken in het leven geroepen, tot een ‘leven’ gemaakt (wat uiteraard ook een droom is).
Dat wil zeggen dat de vraag helemaal niet van Leen afkomstig is en feitelijk helemaal niet om een antwoord vraagt. De vraag wilde alleen vraag zijn, er gewoon mogen zijn als vraag zonder meer. Dus dit is feitelijk het antwoord op je vraag… maar het denken zal daar wel geen genoegen mee nemen, denk ik zo.
Een vraag is Eenheid die zich kenbaar maakt als vraag, om net zo spontaan als hij kwam weer te vertrekken en ruimte te laten voor de volgende frisse vorm waarin Eenheid zich wil uitdrukken. Allemaal volledig onpersoonlijk, zonder doel en zonder de wens om wat dan ook te laten plaatsvinden.

Wat er wél is, altijd als enige en altijd op dit tijdloze moment, is de onbeschrijfelijke ruimte die Eenheid is en waarín nu dus jouw vraag zich voordoet. Gezien vanuit dit Ene is er dus de onmetelijke ruimte om die, op het droomdenken gebaseerde vraag, welkom te heten. Hij ís er namelijk. En hij wordt kennelijk beantwoord.
Eenheid blijkt dus de vraag te stellen en hem ook te beantwoorden. Eenheid communiceert met zichzelf. Dat is altijd het enige dat gebeurt !

Dus jouw vraag is: “Is het mogelijk dat een mens die leeft in het besef van eenheid op een competitieve manier kan deelnemen aan het op kapitalisme gestoelde economische proces dat in de wereld van afgescheidenheid centraal staat?”
In de droomwereld van het denken bestaat er goed en fout, eerlijk en oneerlijk, beter en slechter… Zo suggereert de formulering van de vraag dat, vanuit het besef van eenheid gezien, een competitief leven gericht op geldelijk gewin ondenkbaar zou zijn, want misschien onjuist, ethisch af te keuren en vast niet meer als hoogste prioriteit zou kunnen bestaan…
Maar vanuit de niet-opgeknipte helderheid gezien worden al die onderscheidende waarderingen helemaal niet gelegd op wat er simpelweg plaatsvindt. Het is juist duidelijk dat alles vanzelf gaat, dat er in werkelijkheid helemaal niemand is die leeft in het besef van eenheid ! Dat er juist enkel Eenheid ís. Dat er geen afgescheidenheid bestaat en dus geen verschillende mensen met verschillende inzichten, doelen en tactieken. Dat er geen tegenstellingen bestaan, dwz geen goed en fout, geen beter en slechter en dat er niks is dat jij wel hebt, kent of weet en ik niet of omgekeerd. Dat jij en ik en alle ‘anderen’ alleen als verhalen in de droomwereld bestaan. Dat er helemaal geen juiste of onjuiste gedragingen bestaan. Dat jij en ik en ‘iedereen’ niets bezitten en geen vrije wil en keuze hebben. Dat wij allen slechts gespeelde figuren in de niet-bestaande wereld van het denken zijn. Dat kapitalisme en een afgescheiden wereld slechts concepten zijn die helemaal nooit de schoonheid en directe levendigheid van dit moment kunnen beïnvloeden. Dat er enkel is wat er nu rechtstreeks is. Dat dingen wel of niet benoemen de werkelijkheid dat jij, nu al, Eenheid bent, nooit kan aantasten… want ook zélf Eenheid is die zich zó wenst uit te drukken.

Verder merk je op: “Toch kan ik me niet voorstellen dat een mens die liefde-mededogen- eenheid en saamhorigheid uitstraalt met succes kan deelnemen aan een proces waar individualiteit, rivaliteit, egoïsme en hebzucht centraal staan.”
We hoeven het spel niet te ontkennen of te negeren. Maar het verliest haar zwaarte en serieusheid, wanneer het ook werkelijk als spel herkend is ! En het spel, datgene dat wij ménen te zien en te kennen, blijkt helemaal niet aan de regels van de intellectuele logica te beantwoorden. Er blijken geen regels te zijn, geen vaste lijnen waarlangs het spel gespeeld dient te worden. Alles is vrij, beweegt zich spontaan en leeft zichzelf. Het spel laat zich niet door mentale voorschriften gevangen zetten, niet door logica, niet door moraal, niet door oorzaak-gevolg, niet door eerdere ervaringen of door de hoop op toekomstige bevrediging.
In het spel is juist alles mogelijk en toegestaan, aangezien het allemaal Eenheid is. En Eenheid streeft niks na, deelt niks op, benoemd niks, heeft geen voorkeuren, wil niks onder controle houden of in goede banen leiden. Er is niet een proces gaande, geen ontwikkelingsweg, want er is enkel dit moment. En daarom zijn er geen fouten in het spel. En er is evenmin iemand die het spel beoordeelt en vervolgens goed- of afkeurt. Eenheid speelt alle rollen en drukt zich uit als alle karaktereigenschappen en alle type gedragingen. Er is dus geen Eenheid plús een spel of droom. Eenheid IS het spel. Eenheid spéélt ‘droom’.
Zo zou bij een droomfiguur, die liefde en mededogen uitstraalt, heel wel de beweging aanwezig kunnen zijn egoïsme en hebzucht van anderen te omarmen, vanuit het inzicht dat elke situatie op dat moment alleen maar de enig juiste kan zijn, want al IS wat er plaatsvindt.
Vanuit het inzicht dat eenheid en saamhorigheid de reflectie zijn van afgescheidenheid en ik-gerichtheid en sámen één vormen.
Vanuit het inzicht dat egoïsme en hebzucht gewoon betekenisloze concepten zijn, die enkel door denkactiviteit waarde krijgen.
Vanuit het inzicht dat álles een uiting van de Ene liefde is.
Vanuit het inzicht dat niets anders hoeft te zijn of kán zijn dan zoals het nu al door Eenheid gegeven is.
Vanuit het inzicht dat er geen ruimte is om méér plaats te laten vinden dan nu al plaatsvindt.
Vanuit het inzicht dat niets blijvend is in dit spel van het Leven en dus niet ‘de moeite waard’ daar de focus op te richten.
Vanuit het inzicht dat individualiteit centraal stellen evenzeer de uitdrukking van eenheid is en gelijkwaardig aan de gerichtheid op saamhorigheid.
Vanuit het inzicht dat alles dat wordt gezien en geweten, gedaan en gelaten de handeling van Eenheid is.
Vanuit het inzicht dat geen enkele visie, overtuiging of aanname enige rimpeling kan geven in de alomvattende oceaan van stille en alles accepterende aanwezigheid die Eenheid is.

Tot zover Leen !

Ik groet je van harte,
Jop.

Lees meer


inloggen